Herman Gorter was aanvankelijk de beroemde dichter van de lente. Iedereen kent Een nieuwe lente en een nieuw geluid uit zijn beroemde epos Mei uit 1889.
En wat dacht u van deze gouwe ouwe?
Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht -
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.
Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.
O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees'lijk van je,
ik wou het heelemaal zeggen -
Maar ik kan het toch niet zeggen.
Het echte wonder is misschien wel dat Gorter omstreeks 1905 niet langer bleef hangen in bloeiende bloesem, schitterend waterlicht of puur romantische extase. Hij beet dóór. De jeugdige poëzie was voorbij, hij ging de straat op. Van het individuele geluksgevoel naar het collectieve platonische verlangen. Van schoonheid naar gerechtigheid. Hij werd ook de dichter van de arbeider, van de opstand, van de nog ongeboren wereld.
Hoeveel dichters durven dat?
En dat is precies waarom Herman Gorter zo groot is. Bij Gorter wordt socialisme geen pamflet, maar ademhaling. Hij schreef niet over het socialisme alsof het een of ander partijprogramma was. Hij schreef er over alsof het lente was. Alsof het zonlicht was. Alsof het een kind was. Alsof het de natuur zelf was die eindelijk besloot niet langer voor de rijken te bloeien, maar voor iedereen.
Gorter begreep iets wat de hedendaagse politiek allang vergeten is: elke revolutie begint niet als tank, maar als zaad. Niet als macht, maar als belofte. Niet vanuit een staatsapparaat, maar als iets dat nog groeit in de hand van een kind.
Het socialisme, het is een eikeltje.
Het geniale van zijn socialistische poëzie: zij is kosmisch. Bij Gorter is de arbeidersklasse geen doelgroep. Nee. Bij hem danst zij. Bij hem beweegt zij als een natuurkracht, als een getij, als een reidans aan de oceaan van de wereld. De arbeidersklasse danst een groote reidans, - alleen Gorter kon zoiets schrijven zonder belachelijk te worden, omdat hij het volkomen meende. En omdat hij in zijn beste momenten gelijk had: emancipatie is niet alleen strijd, het is ook poëzie. Het is ook vreugde. Het is ook een lichamelijke bevrijding. De rug die recht gaat staan. De longen die dieper ademen. De voeten die niet meer sjokken, maar dansen.
Gorter de socialist werd afgeserveerd
De al te brave literatuurgeschiedenis heeft lang gedaan alsof na Mei de echte poëzie wel zo’n beetje ophield en Gorter daarna een soort ideologische vergissing beging. Alsof de dichter in rook opging, zodra de marxist in hem opdook. Wat veel critici nooit helemaal hebben willen toegeven: hij werd gevaarlijker.
Gorter wordt een steeds politieker dier
In 1909 werd hij een van de oprichters van de communistische partij, de SDP (Sociaal-Democratische Partij). Hij ging voor breder, hoger, groter, roekelozer, extatischer, soms excelleerde hij als uitgesproken politiek dier in de internationale arena en was juist daardoor des te indrukwekkender.
Zo schreef hij een zeer uitgebreid politiek pamflet en stuurde dit aan Lenin in 1920:
Geen dictatuur van het proletariaat.
De revolutie moest van onderaf, lees dit historische document:
https://www.marxists.org/nederlands/gorter/1920/1920brieflenin.htm
In Een klein heldendicht uit 1906 , het voorwerk voor zijn latere waarlijk socialistische verzen, die nog altijd gloeien, probeert hij iets wat bijna niemand in de Nederlandse letteren heeft aangedurfd: hij wil de toekomst van het socialisme zingen. Niet slechts zijn individuele stemming. Niet zijn liefdesverdriet. Niet zijn uitzicht uit het raam. Nee: de opkomst van een nieuwe mens. Dat is waanzinnig ambitieus.
Pan uit 1912 is een visionair socialistisch epos
Liever een dichter die te groot wil zingen dan duizend versjes over de dag die opengaat als een gouden roos. Critici hebben later ook erkend dat Pan voor velen juist de apotheose van zijn oeuvre werd, en dat zijn socialistische fase inhoudelijk veel rijker is dan lang werd beweerd. Herman Gorter geloofde dat het socialisme alle tegenstellingen in de wereld zou overstijgen.
Gorter geloofde nog vurig, een utopist! Dat alleen al maakt hem bijna onvoorstelbaar in deze tijd.
Wij leven in het tijdperk van de ironie, van het smalende wenkbrauwtje, van de columnist die alles doorziet en nergens voor knielt, behalve voor zijn eigen slimheid. Gorter had daar niets mee. Hij was ernstig. Niet saai-ernstig, maar existentieel ernstig. Hij dacht werkelijk dat de wereld anders kon. Dat de onderdrukte mens zichzelf kon bevrijden. Dat poëzie niet alleen de rottigheid kon beschrijven, maar ook kon voorop lopen, dankzij het schetsen van het visioen van een rechtvaardiger wereld.
En juist daarom klinkt hij soms naïef, maar wat is dat voor verwijt? Sinds wanneer is hoop een manco? Sinds wanneer is het beschamender om te geloven in bevrijding, dan om je neer te leggen bij uitbuiting?
Misschien is Herman Gorter wel de laatste grote Nederlandse dichter bij wie zijn onvervalste idealisme nog niet verdacht was.
En laten we eerlijk zijn: we hebben daar nu meer behoefte aan dan ooit.
En wat een luxe, wat een zeldzame weelde, om een dichter te lezen die dat niet in de vorm van slogans doet, maar in visionaire beelden.
Zon, lucht, zee, kinderen, beweging, lichamen, verwachting. Bij Gorter is socialisme een natuurverschijnsel dat zich eindelijk met de ware menselijkheid verzoent. Dat maakt hem niet alleen een socialistische dichter.
Dat maakt hem een revolutionaire mysticus.
Daar staat hij, nog altijd, hoog en zonder schaamte, als een zeer zeldzaam dichter, van het soort dat bijna is uitgestorven:
De arbeidersklasse danst een groote reidans
aan de oceaan der wereld, zooals kindren
die men 's avonds op strandmuur bij de zee,
bij het geel licht der lantarens en 't licht
der zon, ziet huppelen op muziek. Hun lichte
dunne gestaltetjes dragen al dansend
hoop en gedachten gaand op de oceaan,
gaand in den hemel, gaand diep in de aarde -
zoo danst de arbeidersklasse aan de zee.
Hoop en verwachting stroomt hun van de zee,
hoop en verwachting straalt van uit de lucht,
hoop en verwachting rijst van uit de aard.
Hoe klinkt nu alles helder, 't aard-metaal
klinkt, en de lucht is sonoor, 't handgeklap
van mannen en vrouwen volgt op breeden zwaai
van armen door de zachte helle lucht.
Jongens en meisjes stuiven om hen heen.
Dezen zullen 't beleven dat de lichte
lichamen der menschen overal dansen
in vrijheid.
De arbeidersklasse danst een groote reidans
aan de oceaan.
Reactie plaatsen
Reacties