Belle van Zuylen: geschilderd in 1766, een vrije geest in een wereld van mannen
Belle van Zuylen — geen talent voor ondergeschiktheid
Naar aanleiding van de voorstelling Belle, Geen talent voor ondergeschiktheid van Toneelgroep De Kern waarin ik destijds de rol van Constant d'Hermanches vertolkte, een beschouwing over de achttiende-eeuwse schrijfster Belle van Zuylen, haar onafhankelijke geest, haar verhouding met Constant d’Hermenches en haar betekenis voor het feminisme. Deze zeer succesvolle voorstelling speelde zich af in de gobelinzaal van Slot Zuylen, bij kaarslicht, later in de Stadsschouwburg van Amsterdam.
Over feminisme, intellectuele onafhankelijkheid en een liefde die vijftien jaar lang voornamelijk op papier bestond.
In de achttiende eeuw was een vrouw uit de hogere kringen doorgaans voorbestemd voor een overzichtelijk leven. Zij moest goed trouwen, haar familie eer aandoen, zich behoorlijk gedragen en zich vooral niet verbeelden dat haar verstand gelijkwaardig was aan dat van mannen. Er waren natuurlijk uitzonderingen, maar wie zich aan deze maatschappelijke rol onttrok, riskeerde onbegrip, roddel en sociale uitsluiting.
Isabelle van Tuyll van Serooskerken, beter bekend als Belle van Zuylen (1740-1805), behoorde tot die uitzonderingen. Als schrijfster, briefschrijfster en onafhankelijke denker verzette zij zich tegen de vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen aan mannen werden ondergeschikt gemaakt. Zij leefde in een tijd waarin de ideeën van de Verlichting zich verspreidden, maar waarin de gelijkheid van mannen en vrouwen nog allerminst vanzelfsprekend was.
Haar leven roept daarom een vraag op die ook vandaag actueel is: hoe vrij kun je zijn wanneer de samenleving al heeft bepaald welke rol je behoort te spelen?
Een vrouw die niet van plan was te gehoorzamen
Belle groeide op op Slot Zuylen, in een aristocratische omgeving waarin afkomst, familiebelangen en huwelijk een belangrijke rol speelden. Zij kreeg een goede opleiding en ontwikkelde een brede belangstelling voor literatuur, filosofie en maatschappelijke vraagstukken. Ze las veel, dacht zelfstandig na en beschikte over een scherpe pen.
Haar intellectuele ambities botsten met de verwachtingen van haar omgeving. Een intelligente vrouw kon bewondering oogsten, zolang haar intelligentie maar niet leidde tot al te veel zelfstandigheid. Zodra zij haar eigen oordeel boven de conventies plaatste, werd dat een probleem.
Belle zag de tegenstrijdigheid. Waarom zou een vrouw minder recht hebben op een zelfstandig leven dan een man? Waarom moest zij haar toekomst laten bepalen door familiebelangen en de maatschappelijke positie van haar echtgenoot? En waarom werd van haar verwacht dat zij zich aanpaste aan normen die uitsluitend mannen hadden opgesteld?
Haar beroemde uitspraak Je n'ai pas les talents subalternes — doorgaans vertaald als ‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’ — vat haar houding treffend samen.
Het gaat daarbij niet alleen om de weigering een ondergeschikte echtgenote te zijn. Het is ook een principiële afwijzing van een samenleving waarin iemands mogelijkheden vooraf worden begrensd door diens geslacht.
Belle was geen politiek activiste in de moderne betekenis van het woord. Zij organiseerde geen vrouwenbeweging en streed niet voor algemeen kiesrecht. Toch raakte haar denken aan de kern van wat later het feminisme zou worden: de eis dat vrouwen als zelfstandige mensen worden beschouwd, met een eigen verstand, eigen verlangens en eigen verantwoordelijkheid.
Constant d’Hermenches: de man die haar intellect serieus nam
In 1760 ontmoette de jonge Belle David-Louis Constant d’Hermenches, een Zwitserse officier die in Nederlandse dienst was en aanzienlijk ouder was dan zij. Hij was getrouwd, maar leefde gescheiden van zijn vrouw. Hun ontmoeting vormde het begin van een bijzondere verstandhouding.
Vanaf 1762 ontstond een intensieve briefwisseling die ongeveer vijftien jaar zou duren. De brieven waren aanvankelijk discreet en werden een belangrijk middel om gedachten en gevoelens uit te wisselen die binnen de gebruikelijke sociale omgang moeilijker bespreekbaar waren.
D’Hermenches was voor Belle meer dan een bewonderaar. Hij was een gesprekspartner met wie zij haar ideeën kon onderzoeken, haar twijfels kon bespreken en haar intellectuele talent kon ontwikkelen. Hij nam haar serieus als geestelijke gelijke, iets wat in haar maatschappelijke omgeving niet vanzelfsprekend was.
Dat maakte hun verhouding bijzonder. Een jonge aristocratische vrouw kon dan wel bewonderd worden om haar schoonheid, afkomst of huwbaarheid. Belle verlangde echter ook naar erkenning van haar geest. Zij wilde niet alleen aantrekkelijk gevonden worden, maar ook begrepen.
In de brieven komt Belle als een vrouw naar voren die haar eigen gevoelens kritisch onderzoekt, ironisch kan zijn en zich niet zonder meer laat leiden door de verwachtingen van anderen. De correspondentie is daardoor niet alleen een document over haar persoonlijke relatie, maar ook een getuigenis van de intellectuele ontwikkeling van haar als een onafhankelijke vrouw.
De briefwisseling is later gepubliceerd onder de titel Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. Een passende titel, want de correspondentie laat zien hoeveel ruimte het geschreven woord haar bood om zichzelf te zijn.
Was het liefde?
De verhouding tussen Belle en d’Hermenches laat zich niet eenvoudig onderbrengen in de categorieën vriendschap of liefdesaffaire.
Er was duidelijk sprake van een sterke emotionele verbondenheid, intellectuele bewondering en een vorm van intimiteit die verder ging dan een oppervlakkige vriendschap. In de literatuur over hun relatie wordt dan ook wel gesproken van een ‘geschreven liefde’: een verhouding die zich voor een belangrijk deel in brieven voltrok.
Dat onderscheid is van belang. De bewaard gebleven correspondentie geeft ons toegang tot hun gevoelens en gedachten, maar rechtvaardigt niet de conclusie dat er noodzakelijkerwijs een lichamelijke verhouding bestond. Hun intimiteit was in ieder geval intellectueel en emotioneel van grote betekenis.
D’Hermenches was voor Belle een man bij wie zij haar gedachten kon uitspreken zonder zich voortdurend te hoeven aanpassen aan de verwachtingen van haar omgeving. Tegelijkertijd was hij zelf geen buitenstaander die volledig losstond van de maatschappelijke conventies. Hij was een oudere, getrouwde man met een eigen positie en verantwoordelijkheden.
Daarin lag ook een beperking van hun verhouding. De vrijheid die zij in hun brieven vonden, betekende niet dat zij samen een vrij leven konden opbouwen.
Hun correspondentie maakt voelbaar hoe de persoonlijke verlangens van mensen kunnen botsen met de structuren waarin zij leven. De liefde biedt ruimte, maar heft de maatschappelijke beperkingen niet automatisch op.
Huwelijk: vrijheid of een andere vorm van afhankelijkheid?
Voor Belle was het huwelijk geen vanzelfsprekende bestemming. Zij dacht na over mogelijke echtgenoten, maar liet zich niet zonder meer leiden door de belangen van haar familie. Verschillende huwelijksplannen liepen op niets uit.
In 1771 trouwde zij uiteindelijk met Charles-Emmanuel de Charrière, een Zwitserse edelman die eerder als huisleraar bij haar familie had gewerkt. Zij verhuisde naar Colombier, bij Neuchâtel, waar zij het grootste deel van haar verdere leven doorbracht.
Het was geen huwelijk met d’Hermenches. Hoewel hun band bleef bestaan in hun correspondentie, koos Belle een andere levensweg.
Haar huwelijk betekende een verandering van omgeving en omstandigheden, maar niet het einde van haar intellectuele zelfstandigheid. Zij bleef schrijven, lezen en nadenken over de samenleving waarin zij leefde.
Juist hierin ligt een interessante nuance. Vrijheid betekende voor Belle niet noodzakelijk dat zij alle bestaande instituties moest verwerpen. Het betekende vooral dat zij haar eigen oordeel wilde behouden en niet zonder meer wilde aanvaarden dat anderen voor haar bepaalden hoe zij moest leven.
Dat maakt haar positie interessanter dan het eenvoudige beeld van een vrouw die zich tegen iedere conventie verzette. Zij bewoog zich binnen de mogelijkheden van haar tijd, maar probeerde daarbinnen haar eigen ruimte te creëren.
Een feministe avant la lettre?
Het is verleidelijk Belle van Zuylen zonder voorbehoud tot feministe uit te roepen. Toch vraagt een historische beoordeling om enige voorzichtigheid.
Het moderne feminisme ontstond in een latere maatschappelijke en politieke context. Begrippen als gelijke rechten, politieke vertegenwoordiging en structurele emancipatie kregen pas in de loop van de negentiende en twintigste eeuw hun huidige betekenis.
Belle beschikte niet over dat latere begrippenkader. Zij was een aristocratische vrouw die haar eigen vrijheid opeiste, maar zij vertegenwoordigde niet automatisch de belangen van alle vrouwen, ongeacht hun afkomst of sociale positie.
Toch is haar werk van betekenis voor de geschiedenis van het feministische denken. Zij maakte zichtbaar hoe beperkend de verwachtingen rond vrouwen konden zijn en hoe moeilijk het was om als vrouw intellectuele erkenning en persoonlijke onafhankelijkheid te verwerven.
Haar verzet was niet uitsluitend theoretisch. Het kwam tot uitdrukking in de manier waarop zij schreef, haar relaties onderhield, over het huwelijk nadacht en haar eigen levensloop vormgaf.
Ook in haar literaire werk onderzocht zij de spanning tussen individuele verlangens en maatschappelijke conventies. In Le Noble, een verhaal uit 1763, bekritiseerde zij bijvoorbeeld de betekenis die aan adellijke afkomst en standsverschillen werd toegekend.
Daarmee plaatste zij vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid van maatschappelijke hiërarchieën. Wie was werkelijk beter: iemand met een hoge afkomst of iemand met een scherp verstand en een onafhankelijk karakter?
Dat was een ongemakkelijke vraag in een samenleving die haar orde voor een belangrijk deel op erfelijke status baseerde.
De actualiteit van Belle van Zuylen
Waarom is Belle van Zuylen vandaag nog interessant?
Omdat de spanning tussen persoonlijke vrijheid en maatschappelijke verwachtingen niet verdwenen is. De omstandigheden zijn veranderd, vrouwen hebben veel juridische en maatschappelijke rechten verworven en de mogelijkheden tot zelfstandigheid zijn aanzienlijk groter geworden. Maar de vraag in hoeverre mensen werkelijk vrij zijn om hun eigen leven vorm te geven, blijft bestaan.
Ook nu worden mensen beoordeeld op de mate waarin zij voldoen aan verwachtingen over hun geslacht, sociale positie, uiterlijk, relaties en levenskeuzes. En ook nu kan het moeilijk zijn om tegen de heersende normen in te gaan, zelfs wanneer die normen niet langer formeel worden opgelegd.
Belle laat zien dat emancipatie begint met het vermogen om vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen. Waarom zou iets moeten omdat het altijd zo is geweest? Waarom zou een vrouw zich moeten schikken naar een rol die zij zelf niet heeft gekozen?
Haar relatie met d’Hermenches voegt daar een persoonlijk element aan toe. Vrijheid bestaat niet alleen uit onafhankelijkheid van instituties, maar ook uit de mogelijkheid om met anderen een verhouding aan te gaan waarin het eigen denken en voelen serieus worden genomen.
Dat is misschien wel de meest menselijke kant van haar verhaal. Zij verlangde niet alleen naar zelfstandigheid, maar ook naar een gesprekspartner die haar intellectuele en emotionele wereld kon begrijpen.
Misschien is al met al dit haar belangrijkste erfenis: niet dat zij ons vertelt hoe we moeten leven, maar dat zij ons eraan herinnert dat we het recht hebben op z'n minst daar zelf over na te denken.
Bronnen en verdere verdieping
-
C. P. Courtney — Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen), biografie.
-
Genootschap Belle van Zuylen — publicaties en onderzoek naar haar leven en correspondentie.
Reactie plaatsen
Reacties