Modern Times

Gepubliceerd op 22 januari 2026 om 15:12

Er was eens een oude koning die zijn imperium regeerde vanuit een heel bijzonder kasteel. Deze koning had namelijk een (1) eigenaardigheid: hij had altijd vreselijke dorst. Er bevonden zich in dat kasteel daarom honderden kranen, waar je ook keek. In de enorm grote salons, - wel een stuk of tien, zat op elke muur een kraan, in de eetkamers idem dito, in de slaapkamers, op de gangen, in de kelders, op de balkons, overal waar je maar keek zaten gouden kranen, tot in de wc's, en zelfs in de bezemkast. Als de koning weer eens dorst had  (dat was om het half uur) kon hij die dorst aldus meteen lessen, waar hij zich ook bevond. Nu moet je weten dat het altijd een hele toer was om aan voldoende water te komen, zo'n dorst had die koning! De raadsheren vergaderden dag en nacht om maar te zorgen dat er voldoende water uit de kranen zou komen! Toen op een keer de koning weer eens door zijn kasteel aan het rond dribbelen was, op zoek naar een vers slokje aan elke kraan lubberend, klonk er ineens een giga gebrul. De raadsheren die eindelijk toe waren aan een welverdiend middagslaapje, schrokken zich een hoedje, zulke enge geluiden klonken er vanuit de verte, alsof er iemand in grote nood was. Al gauw bleek dat inderdaad het geval te zijn, het was de koning die zowat stierf van de dorst, en nu komt het: er kwam geen druppel water meer uit de gouden kranen! Hij had er al her en der diverse wijd opengedraaid, maar het water was gewoon op, wat nu? Hij riep de raadsheren bijeen en sprak hen toornig toe. Als er niet als de wiedeweerga voor water gezorgd zou worden, zou hij de beul vragen om de raadsheren eerst hun handen af te hakken, dan hun armen tot aan de ellebogen, en als het er dan nog niet op tijd was, ook hun benen nog afzagen. In het ergste geval zouden zij levend als romp begraven worden. 

Snurk zacht ! - riep hij woedend. Met een klap vielen de deuren van de vergaderzaal achter hem dicht. Er ging een siddering door de gelederen, niemand wist zo gauw raad. Totdat een jonge raadsheer, die net pas kwam kijken, - hij was hooguit 58 jaar, om stilte verzocht. 

Mijne heren, sprak hij, laat mij maar een voorstel doen aan de koning, ik heb de oplossing! Ten einde raad gaven de raadsheren deze jongeman toestemming, en ja hoor, daar gingen zij al op weg, - de jongeman voorop, om de koning te zoeken. Die troffen zij uiteindelijk aan in een van de koninklijke toiletten, met zijn hoofd in de pot probeerde hij het laatste restje water op te slobberen. De oudste raadsheer verzocht de koning om audiëntie te verlenen aan de jongste raadsheer, die hem een voorstel wilde doen om 's konings watergebrek definitief op te lossen. De koning bromde dat het wel een heel goed plan moest zijn, anders zou hij dat jochie persoonlijk de strot afbijten. De jonge raadsheer trad naar voren en sprak: wilt u mij maar volgen, Sire? De koning die er dankzij al dat water zuipen echt tonnetje dik uitzag, waggelde even later achter het jongmens aan, gevolgd door het legertje raadsheren die stilletjes schietgebedjes deden in de hoop dat dit alles in 's koningsnaam goed zou aflopen. Zij liepen door eindeloze gangen en daalden vele trappen op en af, en tenslotte kwamen zij via een enorme houten poort uit bij de ophaalbrug over de slotgracht en daar hield de jonge raadsheer stil. De koning hijgde en pufte als een oude locomotief. 

Sire, hier bevindt zich de oplossing voor uw probleem, sprak de jongeman trots, terwijl hij wees op de slotgracht. Waar heb jij het over, sukkelaar! riep de koning woedend. De jonge raadsman daalde nu af naar het water in de gracht. Zoveel water als u maar wenst, glashelder! sprak hij fier. De oude koning stond paf, bedacht zich, en strompelde toen richting de jonge raadsheer. Zodra hij begon af te dalen struikelde hij echter over zijn veel te korte beentjes en ja hoor, daar rolde hij pardoes als een gehaktbal op wieltjes zo de plomp in! Hij spartelde en zette het opnieuw op een ongelofelijk brullen, want hij kon ook nog eens helemaal niet zwemmen!

Drinken, Sire, riep de jongen, drinken!! Dat liet de koning zich maar een (1) keer zeggen en hij zette het meteen op een geweldig slurpen, even later droop al dat water langs zijn kin, zo goed smaakte hem dat.                       
De raadsheren gaven een beschaafd applausje ten beste, en sloegen dat jonge gastje op z'n schouders om hem uitbundig te feliciteren met dit geweldige succes!

's Avonds hoorde je in de verte de koning luidop snurken, - inmiddels geheel en al verzadigd van zoveel water. 

Wat een rust, ook de raadsheren gingen uitgeput naar bed. De jonge raadsheer bleef echter waken voor de deur van de kamer van de oude koning. 

Toen deze de volgende ochtend wakker werd, rekte hij zich eens flink uit en begon meteen weer om de raadsheren te roepen. Die snelden toe en de jongeman klopte op de deur, de oude koning riep narrigjes:        : kom toch binnen!

De jonge raadsheer zag dat hij bijna op de grond lag, zo diep was de matras ingezakt dankzij het giga gewicht van de koning, die echt boordevol vol zat, hij had immers de hele slotgracht zo'n beetje leeg geslobberd!

Heeft u goed geslapen, Sire? vroeg de jonge raadsheer, heel bedeesd. Bijna had hij 'Daddy' gezegd, oeps!

Uitstekend, prima hoor, jazeker raadsknul, ik kan niet anders zeggen, murmelde de koning.

Hij viel even stil. Iedereen wachtte af of hij nog meer zou gaan zeggen. 

Ik heb alleen van al dat water zo'n..ahum...vreselijke honger gekregen!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.