Doodsliedjes no 6

Gepubliceerd op 26 juli 2026 om 07:30

Der Erlkönig Schubert

 

 

De keuze van doodsliederen door Rutger W. Weemhoff, als immer geïnspireerd door de Filosofie van de Dood en door hem zelf vertolkt als zanger, met Thom Jansen op de vleugel. Opgenomen in de Dominicuskerk te Amsterdam. Productie: Boele W. Weemhoff, met dank aan Joost Schouten.

De Elfenkoning

Wie rijdt er zo laat door nacht en wind?

Het is een vader met zijn kind.

Hij heeft het knaapje goed in zijn arm,

hij klemt hem stevig, hij houdt hem warm.

"Mijn zoon, wat verberg je zo bang je gezicht?"

"Ziet u, vader, de Elfenkoning niet?

de Elfenkoning met kroon en sleep?"

"Mijn zoon, het is een nevelstreep."

"Jij lief kind, kom mee met mij!

heel leuke speeltjes heb ik voor jou;

veel bloemen kleuren de waterkant

en mijn moeder heeft menig gouden gewaad."

"Mijn vader, mijn vader, en hoor je niet

wat de Elfenkoning me zachtjes belooft?"

"Wees rustig, blijf rustig mijn kind;

in dorre blaadjes fluistert de wind."

"Wil jij, fijn knaapje, mee met me gaan?

Mijn dochters zullen al wachten op jou;

mijn dochters leiden de rondedans 's nachts

en wiegen en dansen en zingen je toe."

"Mijn vader, mijn vader, en zie je daar niet

Elfenkonings' dochters op die donkere plek?"

"Mijn zoon, mijn zoon, ik zie het precies:

dat lijken de oude wilgen, zo grijs."

"Ik hou van jou, mij bekoort je mooie figuur:

en als je niet wilt, dan gebruik ik geweld."

"Mijn vader, mijn vader, nu pakt hij me beet!

de Elfenkoning heeft me pijn gedaan!"

De vader gruwelt, hij rijdt gezwind

hij houdt in zijn armen het kreunende kind,

bereikt de hof ternauwernood,

in zijn armen, het kind was dood.