Ik heb onlangs het Klopstockmuseum in Quedlinburg bezocht, aanbevolen!
Vandaag presenteer ik u dan ook graag twee voorbeelden van de liefdespoëzie van deze Duitse dichter Friedrich Gottlieb Klopstock, (geb. Quedlinburg, 2 juli 1724/ overleden in Hamburg, 14 maart 1803), vertaald in het Nederlands.
Klopstock was een van de belangrijkste dichters van de Empfindsamkeit (een literaire stroming die draaide om diepe, pure gevoelens en vriendschap)
Aan Cidli (An Cidli - Fragment)
Als jouw oog, waarin de hele ziel zich spiegelt,
Zich teder heft en rust op het mijne,
Dan stroomt een hemels geluk door mijn aderen,
Dat geen sterveling ooit in woorden vatten kan.
Wat is de roem van koningen en helden,
Vergeleken met één enkele blik van jou?
Jij bent mijn rust, mijn lied, mijn vroege morgen,
De mooiste droom die werkelijkheid werd.
De Rozenslinger (Das Rosenband)
In voorjaars-schaduw vond ik haar,
En bond haar vast met rozenslingers:
Zij voelde 't niet en sluimerde.
Ik keek haar aan; mijn leven hing
Met deze blik toen aan haar leven.
Ik voelde 't wel en wist het niet.
Maar spraakloos fluisterde ik tot haar
En ruiste met de rozenslingers.
Toen werd zij wakker uit haar slaap.
Zij keek mij aan; haar leven hing
Met deze blik toen aan mijn leven.
En om ons was Elysium.
Aan Cidli (uit 'Ode')
Ondoorgrondelijker dan wat de zoeker ook misleidt,
is een hart dat de liefde heeft gekend—
de ware liefde van blijvende waarde, niet de vluchtige.
De geboorte van onze dichterlijke droom,
die intense bezieling toen de tranen vloeiden,
breekt bijna aan op het gezegende uur,
waarop men de geliefde vertelt dat zij bemind wordt!
En nu voelen twee edelere zielen
voor de allereerste keer ten volste wie zij zijn!
En hoe gelukkig zijn ze! Wat lijken ze op elkaar!
O, wat is hij gelukkig, die tot zijn geliefde spreekt!
Liefde uitdrukken in woorden?
Wie kan dat met tranen in de ogen? En wie met die onafgebroken,
diepe blik, waarin de ziel zich toont?
Zelfs het treuren is zoet, zoals zij verklaarde
voordat het gezegende uur aanbrak!
Als dit verdriet tevergeefs was uitgesproken,
o, dan had de ziel een dwaalspoor gekozen.
En toch is het dit waard! Geen denker weet dit te ontrafelen.
Wat een heerlijke waanzin ging er toen door haar heen!
Zelfs wie er zelf doorheen is gegaan, doorgronde het niet volkomen.
En de aarzeling is inmiddels vervlogen.
Het spreekt zachtjes: Omdat je het waard was
om lief te hebben, hebben wij het jou geleerd.
Liefde bezit jou. Je kent al haar gedaanten,
haar krachtige toverstaf!
Volg nu het voorbeeld van de wijzen: Handel! De wetenschap alleen
heeft immers nog nooit iemand gelukkig gemaakt!
Ik gehoorzaam. De vallei (een paradijselijk Eden in de schaduw),
terwijl zij haar schaduw werpt, laat de lente in het dal
blijven hangen! Ademtochten als die van hemelse wezens,
adem rustig in en uit, adem rondom jou!
Rozen zullen voor jou ontluiken, vol zoete geur,
en jou omringen! Daar lig je te slapen!
Ontwaak, dan strooi ik ze voorzichtig in je lokken.
Ontwaak uit je rozenbed.
En (mijn hart beeft nog, zo lang door deze liefde verwend),
ach, ontwaak en lach naar mij!