Het was in de late jaren zestig dat eens op een anti-Vietnam actieavond de anarchist Anton Constandse, een van mijn helden, (ook nu nog), met zijn gortdroog raspende stemgeluid een bijzonder indringend verhaal hield over de onvoorstelbare inhaligheid van het USA militair-industrieel complex en hoe de Vietnamoorlog de zakken spekte van een handjevol grootkapitalisten. Ik denk met enige weemoed terug aan die tijd, waarin systeemkritiek en utopisch denken hoogst normaal waren. Een collega acteur en ik deden na afloop van zijn lezing een entr’act, een soort circusnummertje, aan de hand van een tekst van Bertold Brecht. Dit optreden duurde hoogstens tien minuten en ging over het kapitalisme, verbeeld als een enorm grote reuze pop van Uncle Sam die het kapitalisme moest voorstellen en die langzaam maar zeker gesloopt werd, en wel dankzij het optreden van een hoogst brutale, doch voortvarend te werk gaande clown (mijn rol). De reus stond in het midden. Een voor een werden diens ledematen van zijn romp getrokken, - een verwoestend gebeuren, dankzij het optreden van de zo brutale clown, in wie ik mij blijkbaar, - gezien de hilarische reacties van het publiek, uitstekend wist te verplaatsen. Nu moet u weten dat ik voortdurend rondjes rende rond die enorme pop om hem zo zoetjesaan vakkundig want steeds onverwacht te slopen en dat rennen deed ik op blote voeten. Op een gegeven moment moest ik halt houden en frontaal voor het publiek een minuscuul klein houten speelgoedstoeltje met mijn voet in elkaar trappen. Er zaten aan dat stoeltje een paar vlijmscherpe houten punten van de rugleuning. En: wee mij, ik trapte verkeerd en die punten boorden zich diep in mijn voetvlees. Mijn God, dat ging wel eventjes flink van auw zeg! Mijn fysieke leed was natuurlijk niets vergeleken bij het grote verdriet over de oorlog in Vietnam, zo flitste het door mij heen. Doorzetten dus en net doen of er niets aan de hand was. Ik bleef dus mijn teksten ratelen en rondrennen, maar nu hevig hinkelend, terwijl het bloed uitbundig rond spoot. Het hele podium, dat al zo’n beetje vol lag met de door mij losgetrokken ledematen van de reus kwam onder het bloed te zitten, het was ongetwijfeld een fraai tafereel om te aanschouwen en het publiek wist niet beter dan dat die rode smurrie erbij hoorde. Vanuit de coulissen begonnen een paar mensen zachtjes te roepen dat ik moest stoppen, maar ik ging stug door. Na het daverende applaus strompelde ik ondersteund door mijn collega acteur, lijkbleek naar hij zei, het podium af.
Ik werd binnen no time afgevoerd naar de Eerste Hulp waarna ik met die voet vol met krammen en toch wel een ietsje pietsie trots op mezelf huiswaarts keerde.
Reactie plaatsen
Reacties