Als jongen mocht ik best vaak logeren bij een strenge Tante, die zo haar eigenaardigheden had. Zij was destijds werkzaam was als hoofdverpleegkundige in het voormalige revalidatiecentrum de Hoogstraat te Leersum. Ik mocht weleens mee, zij blonk uit in het eindeloos geduld, waarmee zij, - altijd goed geluimd, patiënten die er vaak bijzonder ernstig aan toe waren, een hart onder de riem wist te steken. Tante moest echter werken binnen een vooral door mannen georganiseerd hiërarchisch systeem en kreeg dus vaak ruzie over van alles en nog wat. Altijd wist zij de kastanjes uit het vuur te halen, die ietwat bijziende feministe avant la lettre! Wat een vrouw!
Thuis verzorgde zij ook nog eens haar moeder, die zwaar dementeerde (mijn Oma). Zij woonden op een prachtige locatie in Zeist in een kast van een huis. De WC was zo groot als mijn huidige eetkamer. Mijn Tante woonde beneden, mijn Oma boven. Als ik langs mijn Oma in haar stoel rende kwam er meteen en altijd de navolgende tekst uit: 'Ga je Moeder helpen, ondeugende aap!' Dat was een best wel aardig spelletje..
Beneden had Tante de klimop door een bovenlicht naar binnen laten groeten, het hele plafond was ermee begroeid. Op een van de wanden was een levensgroot bos te zien. In de hoek stonden talloze tropische planten en klaterde een fontein. Er zwierven waterschildpadden rond in die bush.
Mijn Tante schilderde ook, haar schilderijen hingen tussen de galerij van familieportretten. Zij leerde mij als haar liefste neefje behalve schilderen, onder veel meer, ook punniken, kleien, pitrieten, figuurzagen (ik bouwde een schimmentheater met houten poppetjes die ik heen en weer kon schuiven voor een scherm met daarachter een lamp en die door mij als schimmige personages tot leven gebracht werden. Tuinieren leerde ik destijds ook, alles wist zij!
Mijn Tante was kortom excentriek en hoogst eigenzinnig. Naast al deze activiteiten die haar een overvol leven bezorgden, was zij om zichzelf af en toe wat rust te gunnen de gelukkige bezitter van een enorme stacaravan in de Leersumse bossen, alwaar ik ook vaak mocht komen logeren. Leuk hoor, kamperen!
Op een nacht roken we onraad, er sloop iemand rond de caravan en toen ik door een spleet van het raam keek zag ik een man met een zaklantaarn rond hobbelen, die tenslotte iets neerzette op het opstapje bij de entree. Mijn Tante was al jarenlang vrijgezel en vertelde mij blozend dat deze man achter haar aan zat. De volgende ochtend stond er een zelf gemaakt vuurtorentje voor de buitendeur met een vlaggetje in top met de tekst:
De Goede Hoop.
Het was zover: de aanstaande van mijn tante zou op verzoek van mijn Tante gekeurd worden als eventueel geschikte levenspartner door mijn bereidwillige Vader, in wiens oordeel zij altijd het volste vertrouwen had.
Er werd gebeld.
Even later werd de man in de voorkamer bij ons thuis binnengelaten en ontvangen door mijn Vader, die hem geen hand gaf maar daarentegen een spervuur van vragen op hem afvuurde. Al gauw hoorden wij jongens - die door een spleet van de schuifdeuren dit spannende gebeuren op de voet konden volgen, hoe de tweespraak almaar luider en luider werd. Op een gegeven moment stond de man die Adriaan heette op en begon als een gek te schreeuwen, fluimen schuim vlogen in de rondte. Mijn Vader bleef doodkalm, wees hem de deur, de man droop af en vertrok, ziedend van woede + teleurstelling.
Later kwam mijn Tante huilend de kamer uit, nadat zij met mijn Vader gesproken had. Haar grote liefde bleek NSB-er te zijn geweest, een doodzonde dus. Mijn Vader vond dat lidmaatschap nog tot daaraantoe, maar dat hij dit tegenover mijn bovenste beste Tante verzwegen had, tja, dat kostte hem de kop.
Nooit meer heeft mijn Tante nog pogingen ondernomen richting het mannelijk geslacht. Voorgoed genezen moest zij het doen met mij als haar zo geliefde neefje.
Ik vond het heerlijk om bij haar in bed te kruipen, - zogenaamd omdat ik het koud had, Eenmaal achter haar liggend kreeg ik steevast een stijve, zo jong als ik was. Mijn Tante verstijfde ook, maar dat was meer uit doodsangst. Ik drukte mij met mijn harde penisje zo dicht mogelijk tegen haar aan. Haar hele lichaam gloeide als de hel, dat dan weer wel.