Het is 1975. Koninginnedag.
Twee vrienden, mijn goede vriend de drummer Jos H. en ik besluiten om wat spullen te gaan verkopen aan het begin van de Kalverstraat, bij de Munt. We kunnen wel wat extra pecunia gebruiken.
We spreiden een kleedje uit en dumpen onze koopwaar er op. Binnen no time worden we omringd door een kleine menigte. Die begint de spullen letterlijk uit onze handen te grissen en we verkopen de meest uiteenlopende items, als een malle! Ik woon vlakbij, op de Herengracht, om de hoek bij het Thorbeckeplein. We besluiten al snel dat we meer koopwaar moeten zien te genereren. Ik haast mij naar huis en begin alles wat er los en vast zit in tassen te douwen. Ook zet ik een paar meubelstukken klaar, kijk nog eens rond en trek uiteindelijk zelfs de lakens van ons bed. Paar keer op en neer lopen met de troep en ja hoor het vliegt weg allemaal. Tussen de middag komt mijn echtgenote langs om ons te foerageren. Zij ziet tot haar ontsteltenis hoe een Amerikaan onze lakens bewonderend staat te strelen en even later een bod uitbrengt. Zodra ik roep: ‘deal’ , begint zij als een gek aan de lakens te trekken en 'no, no, no !!!' te roepen.
Later koopt een keurig heerschap met een snorretje een prachtig antiek stoeltje tegen de hoofdprijs. Ach, wat jammer nu: hij is zijn portemonnee vergeten. Hij woont vlakbij ook in het centrum van Amsterdam en belooft het bedrag later op de dag in de brievenbus te deponeren. Die lul de behanger heeft dat nooit gedaan. Ik zal pissen op zijn graf.
Toch hebben we een topdagje, er sluiten zich zelfs als een lopend vuurtje nog een paar verkopers bij ons aan.
Gezellige boel, dat werd het.
Geld moet rollen, en dat deed het!
Reactie plaatsen
Reacties