Nu dan de nederlaag geleden is,
En d' arbeiders teruggestooten zijn
In der tirannie donkre duisternis,
Nu wil ik zingen, zacht en hel en fijn,
Hoe zij herstijgen uit bekommernis
Weder naar des lichts goudenen zonneschijn.
Want mijn hart leeft hun leven. En 't is wis,
Dat zij herstijgen zullen, sterk en rein.
Zij zullen weder opvliegen ten hemel
Van uit der slavernij diep donkre poel,
Zij zullen zich verovren het gewemel
Der aarde. Nu voor goed. Het Hooge Doel.
Dit wil ik zingen in een gouden schijn.
In nederlaag wil ik hun dichter zijn.
1 mei. Het gedicht De Arbeidsraad (uit 1925) is geschreven door de Nederlandse dichter en essayist Jacobus van Looy.