Nazimiljardairs

Gepubliceerd op 23 mei 2026 om 07:30

Artikel d.d. 19 mei 2022 in het Financieel Dagblad door David de Jong

Sommigen waren fanatieke volgelingen van Adolf Hitler. Maar de meesten waren gewetenloze opportunisten die simpelweg schatrijk wilden worden. Over de grondleggers van bedrijven als BMW, Porsche en Dr.Oetker, wier producten de wereld anno 2022 nog steeds gretig afneemt, schreef David de Jong het boek 'Nazimiljardairs'.

Duitse bedrijven als BMW, Dr. Oetker, Porsche en Volkswagen verrijkten zich tijdens de Tweede Wereldoorlog enorm. Daarna volgden nauwelijks sancties, vanwege omstreden beleidskeuzes van de zegevierende geallieerden.

Vandaag de dag hebben slechts enkele erfgenamen van de nazi-ondernemers daadwerkelijk verantwoording afgelegd over hun familieverleden.

Liefdadigheidsinstellingen, mediaprijzen en hoofdkantoren dragen nog steeds de namen van hun nazi-getrouwe stamvaders. Foto’s:

15 januari 1947. De Duitse industrieel Friedrich Flick, geflankeerd door twee Amerikaanse bewakers, staat terecht in Neurenberg. Hij werd veroordeeld tot zeven jaar celstraf, maar kwam reeds in 1951 vrij. Flick was onder meer mede-eigenaar van Daimler-Benz.

31 augustus 2009. Grootaandeelhouder van BMW Johanna Quandt (midden) met haar zoon Stefan Quandt en haar dochter Susanne Klatten, alvorens ze het kruis van verdienste krijgt uitgereikt. Johanna was de weduwe van Herbert Quandt, die tijdens de oorlog onder meer slaven- en dwangarbeid in zijn bedrijven liet verrichten.

Als verslaggever op zoek naar verborgen rijkdom

Eind november 2011 begon ik bij Bloomberg News in New York te werken als verslaggever in een nieuw team, dat onderzoek deed naar verborgen rijkdom, miljardairs en familiebedrijven. Ik begon op de redactie een week nadat de politie met geweld de Occupy Wall Street-beweging had verdrongen uit Zucotti Park in het centrum van Manhattan’s financiële district.

In het kielzog van de financiële crisis van de jaren daarvoor was de spanning tussen de rijkste 1% en de overige 99% wereldwijd voelbaar. Hoewel ik was aangenomen om verslag te doen over Amerikaanse ondernemersdynastieën vroegen mijn chefs me al snel of ik ook over de Duitssprekende landen kon gaan schrijven, omdat ik Nederlands ben. Met enige tegenzin accepteerde ik het extra werk.

Anti-Duitse opvoeding

De Duitse bezetting van mei 1940 tot mei 1945 had een diep litteken achtergelaten bij de oudere generaties in Nederland en in ons nationale bewustzijn. Als jongen die in de jaren negentig in Nederland opgroeide, zag ik hoe de Duitsers in de lente- en zomervakanties onze stranden ‘binnenvielen’, en erger nog: regelmatig versloegen ze ons met voetbal (en dat is nog steeds vaak het geval). Mijn schertsende vijandschap jegens Duitsers was gekleurd door de oorlogservaringen van mijn familie. In 1941 probeerde mijn grootvader van moederskant Nederland te ontvluchten door met zijn beste vriend van Zandvoort naar Engeland te zeilen. Ze waren van plan zich aan te melden bij de Royal Air Force, maar hun boot werd teruggeblazen naar de kust. Ze werden gearresteerd door Duitse soldaten op het strand van Scheveningen en veroordeeld als politieke gevangenen. Mijn grootvader bracht bijna twee jaar door als dwangarbeider in een staalfabriek in Bochum. Daar liep hij tuberculose op en ten tijde van zijn vrijlating was hij zo sterk vermagerd dat hij op het randje van de dood balanceerde.

Kousenfabriek

De Joodse ouders van mijn vader waren tijdens de oorlog van elkaar gescheiden. Mijn grootvader bezat en beheerde de Jovanda kousenfabriek in Hengelo. Nadat zijn bedrijf door de Duitsers was onteigend, wist hij onder te duiken in het centrum van Amsterdam. Mijn grootmoeder vluchtte met mijn driejarige tante en een metgezel in 1942 naar Zwitserland, waar ze oorspronkelijk vandaan kwam. Ze werden aan de Frans-Zwitserse grens gearresteerd door de Gestapo, de Duitse geheime politie. Een Gestapo-officier had medelijden met mijn grootmoeder en haar jonge dochter en liet hen gaan. Ze wisten Zwitserland te bereiken. Hun metgezel, de bekende schilder Max van Dam, had geen geluk. Hij werd gedeporteerd naar Sobibor, een vernietigingskamp in bezet Polen, waar hij werd vermoord.

Ondanks alles dat ze tijdens de oorlog meemaakten, hadden mijn grootouders bijzonder veel geluk. Mijn Joodse grootvader werd na de bevrijding herenigd met zijn vrouw en jonge dochter en kreeg zijn kousenfabriek terug. Maar zijn vader was omgekomen in concentratiekamp Bergen-Belsen. Mijn Joodse grootouders raakten niet verbitterd vanwege de geliefden die ze kwijtraakten, vermoord door de nazi’s. Evenmin was mijn grootvader van moederskant verbitterd over de tijd die hij in Duitse gevangenschap doorbracht. Voordat hij van zijn vrijheid werd beroofd, werd hij verliefd op zijn buurmeisje. Hij herstelde van zijn tuberculose in een Zwitsers sanatorium, met mijn grootmoeder aan zijn zijde. Vlak na zijn herstel trouwden ze. Mijn grootvader van moederskant had wel zijn eigen manier om milde ‘wraak’ op de Duitsers te nemen: hij maakte voortdurend grappen over hen. Mijn grootouders woonden in een boerderij in Serooskerke, op Schouwen-Duiveland in Zeeland, een dorpje met driehonderd inwoners, dichtbij de onder Duitsers zo populaire stranden. ‘Alweer een invasie’, grapte hij elk voorjaar. Hij liet me beloven dat ik de Duitsers nooit serieus zou nemen, omdat ze zichzelf al zo serieus namen.

Haralds Quandt Holding

Maar in mijn nieuwe baan nam ik Duitsers al snel serieus, vooral de ondernemersfamilies die grote ondernemingen en investeringsmaatschappij- en controleren. In de zomer van 2012 stuitte ik op een onopvallende website. ‘Harald Quandt Holding’ heette de homepage van deze investerings- maatschappij, die de totale waarde van zijn diverse investeringsfirma’s stelde op $18 mrd. (€16 mrd.). Hoe slaagde een obscuur Duits family office met een sobere, één pagina tellende website erin zo’n verbijsterende hoeveelheid geld te investeren? Het bleek dat deze tak van de Quandt-ondernemersdynastie afstamde van ene Magda Goebbels, de officieuze first lady van het Derde Rijk en de vrouw van de nazipropagandaminister Joseph Goebbels. Magda’s zoon Harald was de enige van haar zeven kinderen die de oorlog overleefde. Harald was het enige kind uit Magda’s eerste huwelijk, met de industrieel Günther Quandt. Hij groeide op in het gezin Goebbels, maar werd nooit lid van de nazipartij. Harald had een oudere halfbroer, Herbert Quandt, die jaren na de oorlog BMW van de ondergang had gered. In 2012 waren Herberts jongste erfgenamen met een controlerend belang in BMW nog steeds de rijkste familie van Duitsland, terwijl de erfgenamen van Harald een ‘kleiner’ bedrijf beheerden in een lommerrijk kuuroord vlakbij Frankfurt.

In 2007 hadden de Quandts een historicus opdracht gegeven het naziverleden van de familie te onderzoeken. Ze hadden hiertoe besloten na een tv-documentaire over de betrokkenheid van de dynastie bij het Derde Rijk, die zich concentreerde op de massaproductie van wapens, het gebruik van dwang- en slavenarbeid en de overname van Joodse bedrijven. Günther en Herbert Quandt hadden leidinggegeven aan de familiebedrijven die bij deze activiteiten betrokken waren.

Gebrek aan transparantie

Wat me opviel was het voortdurende gebrek aan historische transparantie onder leden van de rijkere tak van de Quandt-dynastie, de tak die BMW bezit. Die transparantie ontbrak zelfs na de publicatie in 2011 van het door de familie opgedragen onderzoek, waarmee ze zeiden ‘openheid’ van zaken te willen geven. De studie onthulde dat de patriarchen van de familie tijdens het nazitijdperk nog veel meer wrede misdaden hadden begaan.

Ik ontdekte al snel dat de Quandts niet de enigen waren. Ook andere Duitse ondernemersdynastieën floreerden tijdens het Derde Rijk en ook zij bleven wereldwijd gigantische fortuinen beheren, terwijl ze intussen, met wisselend resultaat, probeerden rekenschap af te leggen over hun duistere afstamming.

Intussen bezitten deze families nog steeds miljarden euro’s en dollars. Sommige erfgenamen zijn niet langer de eigenaar van een bedrijf, maar beheren simpelweg hun geërfde vermogen. Maar velen bezitten wereldwijd bekende merken – van de auto’s die we rijden, tot de koffie en het bier dat we drinken, de huizen die we huren, het land waarop we leven en de hotels die we boeken voor vakanties en zakenreizen.

Hoe konden de patriarchen van deze families onder Hitlers heerschappij tot zulke grote hoogten reiken? Waarom gingen ze na de val van nazi-Duitsland bijna allemaal vrijuit? Waarom doen, na zoveel decennia, veel van hun erfgenamen nog steeds zo weinig om de misdaden van hun voorvaderen te erkennen terwijl ze een beeld van de geschiedenis uitdragen dat deze kwesties vaag houden? Waarom dragen hun liefdadigheidsinstellingen, mediaprijzen en hoofdkantoren nog steeds de namen van hun nazigetrouwe stamvaders?

Instabiele periode

Het antwoord op die vragen, althans op een deel ervan, is terug te vinden in de ontstaansgeschiedenis van enkele van de rijkste dynastieën van Duitsland, die nog steeds grote delen van de wereldeconomie beheersen. Meer specifiek ligt het antwoord in de verhalen van de stamvaders van die dynastieën, die ongekende hoeveelheden geld en macht verwierven door mee te helpen bij de wreedheden van het Derde Rijk. Geboren in of rond het Duitse keizerrijk vonden deze mannen in de instabiele periode na de Eerste Wereldoorlog aansluiting bij de zakelijke elite. Toen Hitler de macht greep in 1933, waren zij gevestigde industriëlen, financiers, voedselproducenten of auto-ontwerpers, hoewel sommigen hun carrière waren begonnen als de aangewezen erfgenaam van hun heerszuchtige vaders. In de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten deze mannen samen met Hitler’s regime, verrijkten ze zichzelf en hun bedrijven via wapenproductie, de inzet van dwang- en slavenarbeid en de overname van al dan niet Joodse bedrijven in Duitsland en door de Duitse bezette gebieden. Sommige van deze tycoons waren fanatieke nazi’s, die Hitlers ideologie onvoorwaardelijk omarmden. Maar de meesten waren simpelweg berekenende, gewetenloze opportunisten, die eropuit waren koste wat het kost zakelijk imperium uit te breiden.

Lidmaat van NSDAP of SS was gebruikelijk

Allemaal werden ze tijdens het Derde Rijk lid van de nazipartij of de SS of allebei. Zo’n duistere geschiedenis kleeft aan de Quandts van BMW; aan de Flicks, de voormalige eigenaren van Daimler-Benz; aan de Von Fincks, een familie van financiers die Allianz en Munich Re hebben opgericht; aan de Porsche-Piëch-clan die Volkswagen en Porsche bezit; en aan de Oetkers, de eigenaren van wereldwijde imperia van bakingrediënten, kant-en-klaarmaaltijden, bier en luxe hotels.

Hun patriarchen waren de nazimiljardairs.

Omstreden keuzes geallieerden

Maar zonder omstreden beleidskeuzes van de zegevierende geallieerden, voornamelijk de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, was de financiële continuïteit van deze patriarchen zeer waarschijnlijk gebroken. Deze landen moesten na de oorlog opeens beslissen over het lot van de naziprofiteurs, en uit politiek eigenbelang en uit angst voor de dreiging van het communisme gaven ze de meeste van deze tycoons in alle stilte terug aan Duitsland, dat op zijn beurt deze magnaten vrijuit liet gaan met weinig meer dan een tik op de vingers.

In de decennia daarna ontwikkelde het westelijk deel van het verdeelde Duitsland zich tot een van de meest welvarende economieën ter wereld. Daarbij vergaarden diezelfde naziondernemers miljarden Deutschmark en dollars en vonden ze aansluiting bij de rijkste tycoons ter wereld. Intussen hielden ze hun mond, of logen ze glashard, over hun betrokkenheid bij genocide.

Vandaag de dag hebben slechts enkele erfgenamen van deze mannen daadwerkelijk verantwoording afgelegd over hun familieverleden. Anderen weigeren dat nog steeds, zonder dat het enige consequenties heeft.

Het Duitsland dat verrees na de nederlaag in de Tweede Wereldoorlog is uitgegroeid tot een tolerante samenleving die de nagedachtenis aan de oorlog levend houdt en haar bevolking vol wroeging onderwijst over haar misdaden uit het verleden. Terwijl veel hedendaagse mondiale grootmachten ten prooi zijn gevallen aan dictators, extreemrechtse populisten en demagogen, is Duitsland de morele ruggengraat van het Westen geworden.

In het volle zicht verborgen

Een groot deel van dat delicate evenwicht is ontstaan doordat het land voortdurend in het openbaar schuldbesef heeft getoond over zijn naziverleden en de massale wreedheden die onder Hitlers’ regime hebben plaatsgevonden. Maar nu de laatste getuigen van het nazitijdperk overlijden en de herinnering aan het Derde Rijk vervaagt, zijn er steeds meer reactionairen die weinig ophebben met de progressieve idealen van het naoorlogse Duitsland.

In een tijd waarin desinformatie alomtegenwoordig is en extreemrechts wereldwijd groeit, worden historische transparantie en de verantwoording nog belangrijker, zoals we kunnen zien in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, waar standbeelden van confederale generaals, slavenhandelaren en Christoffel Columbus worden neergehaald en universiteiten die naar racistische presidenten zijn vernoemd een nieuwe naam krijgen.

Niettemin gaat deze confrontatie met het verleden op een of andere manier voorbij aan de legendarische zakenlieden van Duitsland. Hun duistere erfenis bleef in het volle zicht verborgen. Althans, tot nu toe.

David de Jong is correspondent van het FD in het Midden-Oosten.

Zijn boek 'Nazimiljardairs' (de Nederlandse vertaling van het door William Collins uitgegeven 'Nazi Billionaires') verscheen bij uitgeverij Meulenhoff.

Sterk aanbevolen door uw auteur.

 

Dit artikel komt uit het boek: https://www.uitgeverijpartout.nl/product/19163037/de-hilarische-historie-van-een-herrenhaus