In een tedere bui zong ik voor de Duivel dit lied:
waar moet dat naar toe?
mijn meisje is moe
maar wat doet het er toe?
zij is er toch altijd?
ik val voor deze meid!
heel moe of heel opgewekt
wij raken nooit uitgekwekt
Hemel of Hel
wij weten het nou wel
O pijn!
O pijn
O liefde
O liefdespijn
O fijn
Meisje van zestig
je hebt een oude geest
miljoenen jaren ga jij al mee
daarom kijk ik je graag aan
om je wereldgeschiedenis
je blijft een vrouw uit duizend=
en een nacht
je stem
zoekt het verhaal van vroeger
je gevoel is altijd groot
om alles kan je huilen
lachen gaat je nog beter af
o leven dat voorbij stormt
o landen die bestaan
in je lichaam
de aarde is jouw planeet
eb en vloed zijn vrienden
natuur orgelt in en om jou
je weet alles
en twijfelt eraan
dat hoort ook zo
je nageslacht
is je passie
je man ben je trouw
tot in den dood:
herboren.
Herfst
de dagen dor
de uren lang
minuten eindeloos
seconden een eeuwigheid
leven verglijdt in dood
onverbiddelijk
rottingsproces
wee je gebeente
Stilleven
daar lig jij nu
ten dode opgeschreven
wat ben je wit
en koud
en bloot
zo dood
ik zal je wassen
met warm water
en dan
op je gaan liggen
want ik leef
nog maar net