(herhaling)
Vermogensherverdeling is bittere noodzaak
Volgens het limitarisme moet individuele rijkdom beperkt blijven zolang er behoeftigen zijn, zo stelt politiek filosoof Dick Timmer. Hij promoveerde destijds op zijn proefschrift over rechtvaardigheid van herverdeling.
Het is zo zoetjes aan ontoelaatbaar om zoveel mogelijk vermogen bij elkaar te mogen schrapen, zo stellen aanhangers van dit 'limitarisme'. Dat is een stroming in de politieke filosofie die recent werd ontworpen en verdedigd door de Belgisch-Nederlandse filosoof Ingrid Robeyns. Zij stelt 'dat mensen niet meer rijkdom mogen hebben dan nodig is voor een 'florerend' leven. Anders hebben ze vanuit moreel standpunt gewoon te veel'.
'Daar denken de superrijken zelf waarschijnlijk anders over', erkende Dick Timmer. De politiek filosoof aan de Universiteit Utrecht promoveerde destijds op zijn proefschrift over de rechtvaardigheid van herverdeling.
'Het gaat er mij om hoe de samenleving zou moeten worden vormgegeven, niet wat bepaalde individuen denken. Als je aan John de Mol vraagt wie rijk is, zal hij Jeff Bezos zeggen. Daar schieten we niets mee op.'
Hoeveel heb je nodig voor een 'florerend leven', of anders gezegd: wanneer heb je te veel?
'Als je het punt hebt bereikt waarboven je redelijkerwijs niet meer kunt claimen dat je nog meer nodig hebt, omdat het nog weer iets toevoegt aan je leven', zegt Timmer 'Vanaf dat punt wegen de redenen om rijkdom te herverdelen zwaarder dan de mogelijkheid om dan toch nog maar weer meer rijkdom te vergaren.'
Een enorm fortuin is 'moreel niet neutraal', vindt hij. 'Het betekent dat veel geld zit bij mensen die dat niet nodig hebben. Dat kan beter gebruikt worden om voor iedereen goed te doen, bijvoorbeeld door te investeren in publieke voorzieningen.'
'Limitarisme is een radicaal, en ook binnen de politiek-filosofische gemeenschap omstreden idee', geeft Timmer toe.
'Het geeft een andere invulling aan wat wenselijk is dan die van economen. 'Zij kijken vooral in termen van efficiëntie naar het vraagstuk van extreme rijkdom.'
Een voorbeeld is de hoogte van vermogensbelasting. Bij een te laag tarief laat de regering mogelijke inkomsten liggen, terwijl een te hoog tarief kan leiden tot kapitaalvlucht en dus minder taks opbrengsten. Volgens de economen Gabriel Zucman en Emmanuel Saez zou volgens die afweging de belasting op de ultrarijken in de VS dubbel zo hoog mogen zijn als ze nu is (rond 35-37%). Het Democratische congreslid Alexandra Ocasio-Ortez is een verklaard pleitbezorger van hogere belastingen voor de rijken. Zij riep ooit op een galabal in New York op tot hogere belastingen voor de rijken.
‘Er moeten meerdere afwegingen spelen dan alleen economische. Een zeer ongelijke verdeling van vermogen heeft ook gevolgen voor politieke en sociale gelijkheid’ aldus Timmer. Tegenstanders waarschuwen dat bedrijven en welgestelden het land zullen verlaten. 'Economen presenteren dit vaak als neutrale discussie over optimale tarieven en minimale weglek effecten', zegt Timmer. 'Maar eigenlijk gaat het om een minimale invulling van rechtvaardigheid en van hoe een samenleving eruit zou moeten zien.'
Extreme rijkdom kan ongeoorloofde invloed kopen in een democratie, en zelfs een megafoon zijn die de gewone stem overschreeuwt. Het bekendste voorbeeld zijn de Super Pacs in de VS, politieke actiegroepen waarmee rijke donoren politieke kandidaten steunen, en zo beleid proberen beïnvloeden. 'Ook dichter bij huis loert dat gevaar', aldus Timmer.
'Techmiljardair Steven Schuurman gaf tijdens de verkiezingscampagne meer dan €1 mln. aan D66 en de Partij voor de Dieren. Je moet je afvragen of zoiets wenselijk is.'
Smoor je het ondernemerschap niet in de kiem als je het droombeeld van grote rijkdom weghaalt?
Timmer: 'Ik denk niet dat Bill Gates in de jaren zeventig Microsoft niet had opgericht als hij geen miljardair had kunnen worden. En voor elke ondernemer die het maakt, zijn er ondernemers met evenveel talent, inzet en gelopen risico's die het niet halen.'
Toeval speelt vaak een belangrijke rol, wil hij maar zeggen. 'Ik zeg niet dat je alle rijkdom die het gevolg is van toeval moet wegnemen, maar wel dat er een bovengrens aan dat vermogen moet zijn zolang er mensen onder de armoedegrens zitten.'
Hoe groot de ongelijkheid mag zijn, is al van oudsher een vraagstuk. Volgens Plato mochten de rijksten maximaal vier keer zoveel bezitten als de armen. In deze eeuw zijn de verhoudingen extremer. Er zijn mondiaal meer dan 2000 miljardairs, berekende ontwikkelingsorganisatie Oxfam, dubbel zoveel als een decennium geleden.
Nederland staat te boek als een tamelijk egalitaire samenleving. Maar ook hier is ruim 27% van het vermogen in het bezit van de 1% rijkste huishoudens.
Wat aanvaardbare rijkdom is, wil Timmer niet kwantificeren. Hij pleit voor meer onderzoek om in kaart te brengen wat Nederlanders hierover denken en welke gevolgen rijkdom heeft op waarden als vrijheid en gelijkheid. Daar zijn wel een paar aanzetten voor, onder meer door Robeyns en andere collega's aan de Universiteit Utrecht. Hun studie uit 2018 leert dat twee op drie Nederlanders een gezin dat twee huizen heeft, een Mercedes en een Audi bezit, plus een half miljoen spaargeld, als 'extreem rijk' beschouwen. Dat wil niet zeggen dat zij vinden dat de overheid die extreme rijkdom met meer fiscale druk moet wegwerken. Wel is er ruime steun voor het zwaarder belasten van rijkdom, als dat de situatie van de minst bedeelden verbetert.
Slechts 5% van de Nederlanders vindt dat er een bovengrens moet zijn aan iemands vermogen. Wel noemt 83% het een maatschappelijk probleem als extreem rijke mensen veel meer invloed hebben op politici.
Hoe is de ophoping van vermogen tegen te gaan? Volgens Timmer is erfbelasting daarvoor een 'effectief en rechtvaardig instrument'. Hogere belastingen op de grootste nalatenschappen kunnen bijvoorbeeld een verhoging financieren van de belastingvrije schijf in de inkomensbelasting.
Is dit geen superlinks verhaal? Timmers vindt van niet. Hij wijst erop dat grote liberale denkers zoals Adam Smith en John Stuart Mill voorstander waren van erfbelasting. Hoewel ze meenden dat de overheid zich niet moest bemoeien met rijkdom van mensen, vonden ze het nog belangrijker te voorkomen dat een erfelijke elite ontstond, want dat maakte de samenleving ongezond en onrechtvaardig.
De Italiaanse filosoof Eugenio Rignano stelde al in de jaren 1920 voor om extreme rijkdom over verschillende generaties heen toenemend te belasten. De nalatenschap aan de kinderen van de erflater zou weinig belast worden, maar als die later doorschuift naar de kleinkinderen zou daar een hoger tarief voor moeten zijn.
Schept extreme rijkdom tot slot een verantwoordelijkheid voor de superrijken om zich te bekommeren om armoede? Dat vindt Timmer een lastige vraag. '
Mensen die onder het sociale minimum vallen moeten aan allerlei eisen voldoen om voldoende geld te krijgen. Kun je omgekeerd niet iets soortgelijks vragen van superrijken? Dat ze de verantwoordelijkheid hebben hun geld op een maatschappelijk waardevolle manier in te zetten? Mij lijkt van wel. Al is het beter als de samenleving maakt dat die mensen niet in die positie kunnen komen.'