Toen wij in de gelukkige omstandigheid verkeerden dat wij ons petit chateau Le Paradis bezaten, geheel en al door ons gerestaureerd, besloten wij op een gegeven moment dat het wel zo verstandig was om het te koop te zetten. Na vele renovaties van de meest uiteenlopende objecten, was dit brok vastgoed toch wel zo speciaal dat wij meenden met de verkoop een flinke slag te kunnen slaan. Ik ging daarbij zoals altijd uit van 100% winst. Gekocht voor f 400.00.- toen nog gulden, boden wij het object nu aan voor f 825.000.-
Er kwam heel wat voor kijken voordat het uiteindelijk verkocht werd voor f 800.000.- Dat zit zo. Dagelijks kwamen er verzoeken om het kasteel te mogen bezichtigen binnen. Er kwam bijv. een deftige mijnheer langszij met een zijden sjaaltje om z'n nek, die binnenkwam en in de salon plaatsnam en toen zei: ziezo, nu ben ik wel toe aan een wijntje van het huis. Dit soort mensen direct lozen is nog niet eens zo heel gemakkelijk. Of een groepje hippe jongeren die er een hospice van wilden maken. Kunt u ons een hypotheek geven? Een bonkig type man die vroeg of hij vergunning kon krijgen om een machinefabriek in de tuin bij te bouwen? Op een avond stopte er een dure slee en stapte een hoge attachee uit met zijn echtgenote, die helemaal voor het huis vielen. Werkelijk, echt waar, erg charmant. Die het echter net iets te ver vonden, want hij werkte in Parijs (500 km verderop) en zij in Brussel (850 km verderop). En zo ging dat maar door, dag in dag uit.
Totdat er op een goeie dag een patserig type de oprijlaan op kwam rijden met een trumpiaans uitziende Cadillac, niet bepaald iemand die wij in gedachte hadden als het om verkopen ging. Hij stelde zich voor en ja hoor, hij had uren nodig om het hele zaakje even binnenste buiten te keren. Daarna begon hij een waslijstje op te noemen wat er zijns inziens allemaal niet deugde aan het pand. Hij liet een lange stilte vallen en ik ook. Toen zei hij dat hij in principe wel wilde kopen, er was echter een maar: hij moest wel zeker zijn van een vergunning om zijn paarden te mogen houden, aangezien Le Paradis midden in een kleine stadskern lag. Ik zei dat hij dat het beste zelf even bij de Gemeente kon informeren, -ik dacht niet dat dit een probleem zou vormen.
Een lang verhaal kort, deze man kwam vanaf dat moment vrijwel dagelijks erop terug, met telefonische vragen over met name de paardenpoep, welke vigerende regelingen er bestonden in dit geval, wat was er nu wel/niet mogelijk, hij bleef maar persisteren, belde vaak in de avonduren en zelfs op een keer 's nachts. De man bleek geobsedeerd door zijn paardendrollen! Ik heb zelf sowieso niets op met fictieve problemen, laat staan als het paardenvijgen betreft en ik maakte hem dus op een gegeven moment duidelijk dat ik de discussies daaromtrent hierbij wilde afronden, en wel voorgoed. Hij knikte vaagjes en droop af.
Ineens stond hij op een zekere dag opnieuw brutaal, want zonder enige aankondiging!, voor onze voordeur op het bordes aan de buitenbel te jengelen, met het verhaal dat hij al een heel eind op weg was met de Gemeente inzake de poepkwestie en dat hij binnenkort een bod zou gaan doen.
Per post stuurde hij ons dagen later brutaal een stapel papieren met zo'n beetje alles wat hij over paardenpoep te weten was gekomen. Geen spoor van het bod. Ik kan u zeggen: de maat was vol. Ik besloot tegenmaatregelen te nemen. Ik kon het woord paardenpoep niet meer horen. Ik begaf mij naar het toilet en veegde even later mijn kont af, waarbij ik ervoor zorgde een flinke hoeveelheid stront op te vangen met behulp van wc papier. die ik zorgvuldig opvouwde en in een envelop deed ter attentie van dhr. Poepjes, een en ander zorgvuldig geadresseerd aan de poepfetisjist die overigens in België woonde (belastingvrij). Op de postbus met de goed geadresseerde derrie en op naar de volgende potentiële koper. Die meldde zich al snel en het kasteel werd in no time verkocht tegen de vraagprijs, incl . de antieke inventaris (door ons bijeen gesprokkeld in de kringloop). De koper ging er een restaurant in beginnen.
Wie schetst mijn verbazing toen ik vlak voor ons definitieve vertrek nog even uit zat te puffen op het trappetje van het bordes. De Cadillac kwam het pad op rijden met daarin de weledele heer Poepjes, zoals wij hem inmiddels noemden! De auto stopte. Het raam ging naar beneden.
Bonjours! En, is het nog te koop? vroeg de paardenlul. Neen, helaas. Het is inmiddels verkocht. Aan een paardenfokker. Tegen de vraagprijs! grijnsde ik hem toe.