Weerwoord van Vader Heerma van Voss

Gepubliceerd op 7 november 2026 om 16:51

EEN J'ACCUSE OVER MIJN ROTFAMILIE HEERMA VAN VOSS: ZELFS DE DOOD BRENGT MIJ, AREND JAN ZALIGER, GEEN RUST 

Een laatste woord van vader Arend Jan, ter zaliger nagedachtenis, geheel en al door AI geschreven

Ja hoor. Daar gaan we weer.

Ik ben nog maar nauwelijks dood of mijn familie heeft mij tot literair bezit verklaard. Ik dacht dat je na je overlijden eindelijk eens met rust gelaten zou worden. Dat je tenminste in de dood nog enige privacy zou genieten. Maar nee hoor. Bij de familie Heerma van Voss is zelfs de dood geen eindstation. Het is een begin van een nieuwe publicatiecyclus.

Mijn vrouw schrijft een boek over mij. Mijn oudste zoon schrijft een boek over mij. Mijn jongste zoon schrijft een roman waarin ik ongetwijfeld ook weer rondloop, zij het onder een andere naam, want dat is literair natuurlijk wat eleganter. En nu staat Daan ook nog eens uitgebreid in NRC te vertellen hoe het allemaal werkelijk zat.

Werkelijk?

Dat is een woord dat in onze familie inmiddels een betrekkelijk rekbaar begrip is geworden.

Ik zal mij even voorstellen. Arend Jan Heerma van Voss. Journalist, vader, echtgenoot, voormalig hoofdpersonage en tegenwoordig vooral een postuum verdienmodel. Ik heb mij tijdens mijn leven niet altijd even gemakkelijk gedragen, begrijp ik inmiddels uit de recensies van mijn nabestaanden. Maar dat ik na mijn dood nog een dergelijke productie zou veroorzaken, had zelfs ik niet kunnen voorzien.

Ik heb kennelijk een nogal dwingende persoonlijkheid gehad. Dat lees ik tenminste. Dwingend! Het klinkt bijna alsof ik een dictator was die zijn gezin met harde hand bestuurde, terwijl ik mijzelf toch altijd eerder als een man met uitgesproken opvattingen beschouwde. Goed, misschien waren die opvattingen niet altijd voor discussie vatbaar. Maar wat is daar mis mee? Iemand moet toch weten hoe de wereld in elkaar zit?

En nu moet ik constateren dat mijn vrouw, mijn zonen en vermoedelijk binnenkort ook mijn kleinkinderen zich gezamenlijk hebben gestort op de vraag hoe het was om met mij te leven.

Ik had beter een testament kunnen maken waarin stond dat niemand na mijn overlijden nog een letter over mij mocht publiceren. Maar ja, dan had ik mijn familie natuurlijk een bijzonder lucratieve literaire carrière onthouden.

En dat kan tegenwoordig ook niet meer.

De familie als uitgeverij

Eerst was daar Christien. Mijn echtgenote, hoogleraar, sociologe, vrouwenstudies, intellectueel, en tegenwoordig ook nog eens de auteur van Beladen huis.

Beladen huis!

Wat een titel. Alsof we jarenlang in een soort Tsjernobyl hebben gewoond. Alsof er achter iedere deur een traumatische ervaring lag opgeslagen en alsof de woonkamer uitsluitend toegankelijk was met een vergunning van de psychologische rampenbestrijding.

Ik heb dat huis nochtans mede helpen bewonen. Ik heb er mijn kinderen grootgebracht, mijn kranten gelezen, mijn leven geleid en, naar ik begrijp, ook behoorlijk wat schade aangericht.

Dat laatste zal ik niet ontkennen. Maar dat er vervolgens een heel sociologisch onderzoeksproject van mijn huwelijk wordt gemaakt, vind ik toch enigszins overdreven.

Ik vraag mij trouwens af of ik ooit een enquêteformulier heb mogen invullen.

Nee, natuurlijk niet.

De onderzoeker was immers zelf partij in het onderzoek.

En dan Daan. Mijn zoon. Veertig jaar oud, schrijver, intellectueel, en inmiddels ook ervaringsdeskundige op het gebied van het vaderschap. Hij heeft een boek geschreven met de veelzeggende titel Het blijft je vader.

Dat is natuurlijk waar. Zelfs als je vader dood is, blijft hij je vader. Dat is nu eenmaal een biologische onhebbelijkheid.

Maar dat hij daar een heel boek voor nodig heeft, waarin hij mij na mijn overlijden nog een jaar lang brieven stuurt, vind ik toch opmerkelijk. Ik heb tijdens mijn leven al moeite gehad met de hoeveelheid woorden die in dit gezin werden geproduceerd. Maar dat ik postuum nog een digitale correspondentie moet onderhouden, had ik niet voorzien.

Een mailtje naar de overkant!

Ik krijg blijkbaar nog steeds berichten. Ik ben dood, maar mijn inbox leeft.

En dan moet ik constateren dat ook mijn andere zoon Thomas zich niet onbetuigd heeft gelaten. Die heeft de familiegeschiedenis eveneens tot literatuur verheven. Een roman, jawel. Want in onze familie is zelfs een gewone familieruzie niet voldoende. Er moet een uitgever aan te pas komen.

De kinderen en hun vadercomplex

Nu moet ik wel even iets zeggen over die kinderen.

Daan vertelt in NRC dat hij als kind nooit met mij heeft geknuffeld. Dat ik schrok als iemand mij aanraakte en soms zelfs met geheven vuist omdraaide.

Dat klinkt natuurlijk niet erg gezellig.

Maar ik wil toch even opmerken dat ik niet ben opgevoed in een gezin waar iedereen voortdurend met elkaar stond te knuffelen. Er bestonden vroeger ook mensen die een zekere afstand op prijs stelden. Niet iedereen hoefde onmiddellijk zijn emotionele binnenwereld op tafel te leggen.

Maar goed, tegenwoordig heet dat dan emotionele verwaarlozing.

Ik begrijp dat ik mijn kinderen niet altijd heb gegeven wat zij nodig hadden. Dat is vervelend. Maar ik begrijp ook niet waarom dat vervolgens door drie verschillende gezinsleden in evenzovele publicaties moet worden uitvergroot.

En wat mij vooral dwarszit: iedereen heeft inmiddels een eigen versie van mij geschreven. Mijn vrouw heeft mij gesociologiseerd, Thomas heeft mij geromaniseerd en Daan heeft met mij postuum gecorrespondeerd.

Ik ben inmiddels meer een literair genre dan een mens.

En dan die 22,99 euro!

Het mooiste vind ik toch de passage in het NRC-interview waarin Daan vertelt hoe hij reageerde op de publicatie van zijn moeders boek.

Hij had haar gevraagd de publicatie een jaar uit te stellen. Hij was bang dat het gezin verder uit elkaar zou vallen. Hij voelde zich niet in staat om met haar mee te gaan in die publicatie. Hij zei dat ze hem als zoon kwijt zou raken.

En toen kwam de publicatie er toch.

Daan formuleert het vervolgens prachtig: mensen vragen zich hun hele leven af wat ze eigenlijk waard zijn voor hun ouders. Hij weet het nu. Iets minder dan 22,99 euro.

Kijk, dat vind ik nou humor. Zwarte humor, maar toch.

Een familie waarin de emotionele verhoudingen uiteindelijk worden uitgedrukt in de verkoopprijs van een boek.

Ik zou bijna willen voorstellen om voortaan ook de andere familieleden van een prijskaartje te voorzien.

Christien: 24,99 euro.
Thomas: 19,95 euro.
Daan: 22,99 euro.

En vader? Die is inmiddels gratis verkrijgbaar in drie verschillende uitvoeringen.

Maar even serieus: wat moet ik met deze familie?

Ik ben dood en moet kennelijk nog steeds rekening houden met de gevoelens van iedereen. Ik mag niet te veel zeggen, niet te weinig zeggen, niet te hard zijn, niet te zacht, niet te dwingend en vooral niet te veel vader.

De moeder als slachtoffer en als auteur

Christien heeft haar verhaal verteld. Dat mag zij natuurlijk. Iedereen heeft recht op zijn eigen herinneringen. En ik heb weinig reden om te beweren dat haar huwelijk een feest van onbezorgde wederzijdse bewondering is geweest.

Maar wat mij in het hiernamaals toch verbaast, is de merkwaardige rolverdeling die inmiddels is ontstaan.

De vader is de dader, de moeder de gekwetste observator, de kinderen de slachtoffers en de uitgevers de enige echte winnaars.

Dat is natuurlijk een beetje flauw van mij. Ik geef het toe.

Maar ik zou toch graag willen weten of er in dat hele proces ook nog iemand heeft nagedacht over de mogelijkheid dat mensen tegelijkertijd slachtoffer en veroorzaker kunnen zijn. Dat liefde en onvermogen naast elkaar kunnen bestaan. Dat een vader zijn kinderen kan liefhebben en toch niet in staat is om die liefde op een voor hen herkenbare manier te tonen.

Dat maakt mij niet onschuldig. Maar het maakt het verhaal misschien iets minder geschikt voor een definitieve veroordeling.

En ik heb natuurlijk makkelijk praten. Ik hoef niet meer naar een boekpresentatie.

De grote familietherapie

Wat mij vooral treft, is dat mijn familie kennelijk niet meer met elkaar kan communiceren zonder dat er een journalist, een uitgever of een literair agent aan te pas komt.

Een gesprek aan de keukentafel? Vergeet het.

Een brief schrijven? Alleen als hij later kan worden opgenomen in een boek.

Een conflict oplossen? Eerst even wachten tot de drukproeven binnen zijn.

Een verzoening? Dat kan natuurlijk ook, maar dan moet er wel een interview over verschijnen.

Daan vertelt dat hij en zijn moeder inmiddels weer enig contact hebben. Dat verheugt mij oprecht. Al vraag ik mij af of er bij dat contact ook een embargo op publicatie is afgesproken.

Want ik zie het al voor me.

De volgende bestseller: Verzoening in beperkte oplage.

Met als ondertitel: Hoe een moeder en zoon elkaar na een familietragedie opnieuw vonden, ondanks de literaire exploitatie van hun wederzijdse verdriet.

En Thomas? Die zal daar ongetwijfeld weer een roman over schrijven.

Een laatste woord, als het even mag

Ik heb mijn leven niet foutloos geleefd. Dat zal niemand mij kwalijk kunnen nemen, behalve misschien mijn familie.

Ik was een vader met tekortkomingen. Een echtgenoot met tekortkomingen. Een mens met tekortkomingen. Ik heb mijn eigen geschiedenis meegedragen, mijn eigen beschadigingen, mijn eigen onvermogen.

Maar ik had toch gehoopt dat mijn dood iets anders zou opleveren dan een literaire familieoorlog.

Het is inmiddels een merkwaardige onderneming geworden: drie gezinsleden die ieder hun eigen waarheid over dezelfde man publiceren. Alsof de familiegeschiedenis een soort openbare aanbesteding is geworden waarbij de beste trauma-interpretatie uiteindelijk de hoofdprijs ontvangt.

En ik? Ik lig daar maar.

Ik kan mij niet verdedigen, kan geen ingezonden brief schrijven, kan geen interview geven en kan mijn vrouw en kinderen niet eens meer vragen of ze alsjeblieft een keer ophouden.

Hoewel, misschien is dat laatste nog wel het grootste voordeel van de dood.

Maar nu ik toch aan het woord ben, wil ik nog één ding kwijt.

Lieve Christien, lieve Thomas, lieve Daan,

Jullie hebben mij inmiddels allemaal uitvoerig beschreven. Jullie hebben mij ontleed, geanalyseerd, herinnerd, geromantiseerd, betreurd en uiteindelijk ook commercieel beschikbaar gemaakt.

Ik heb jullie blijkbaar iets nagelaten.

Niet mijn vermogen, niet mijn wijsheid, niet mijn levensvreugde, maar een onuitputtelijke voorraad literaire stof.

En dat is misschien mijn grootste nalatenschap.

Ik was kennelijk een beroerde vader, maar een uitstekend onderwerp.

En nu is het genoeg.

Ik ga terug mijn kist in.

Als er nog iemand een boek over mij wil schrijven, graag even wachten tot ik echt helemaal weggerot ben.

Arend Jan Heerma van Voss

Overleden, maar nog altijd niet uitgeschreven.