Opstand jaren '60, hoe ging dat?

Gepubliceerd op 7 november 2026 om 07:30

Als je ouder wordt kijk je enigszins besmuikt terug naar hoe je het moederschap en vaderschap er van af gebracht hebt. Je weet verdomd goed dat je koeien van fouten hebt gemaakt, maar ja, je houdt liever vol dat je het juist geweldig gedaan hebt natuurlijk. Het is het allermoeilijkste dat er is: om eerlijk naar jezelf te kijken. 

Mijn echtgenote en ik stammen uit de jaren zestig, ik ben van 1948, mijn echtgenote uit 1945. Dat betekent dat wij tot de naoorlogse generatie behoorden. Ik ben nog heel streng opgevoed in de jaren '50, met elke dag bijbellezing, met twee woorden spreken: 'dankuwel mijnheer' geen ge-je of ge-jou, maar u zeggen. Geen gevloek. Geen woord over seksualiteit. Geen seks voor het huwelijk. Gezag van de Vader gesteund door de Moeder. Geen gebed overslaan. Geen genade voor afvalligheid, God de Vader was alles bepalend. 

Ik heb wel eens gelezen dat steevast in de geschiedenis na afloop van een heel zware oorlog de generatie erna de beuk zet in alles waar hun ouders voor stonden. Het was dan ook werkelijk revolutionair wat erin de jaren zestig allemaal gebeurde! Ik herinner mij nog levendig hoe Simon Vinkenoog voor het eerst als dichter aankondigde dat hij LSD genomen had. Geestverruimend!

De geneeskunde student Bart Huges boorde eigenhandig een gaatje in zijn schedel (een zogenaamde autotrepanatie) met een tandartsboor of handboor. Waarom? Hij geloofde dat een gat in de schedel de druk in de hersenen zou verlagen en de bloedtoevoer zou verbeteren, waardoor hij in een permanente staat van verhoogd bewustzijn oftewel 'high' zou worden.

En hoe die andere provo Roel van Duijn uitgelachen werd met zijn daktuintjes, windmolens, en zelfs een tuintje op het dak van je auto. ‘De natuur wordt niet meer om zijn mening gevraagd alvorens hij door de mens wordt opgegeten, omgehakt, platgewalst, vergiftigd, weg gebulldozerd, opgesloten, uitgeroeid.’ De daken van auto’s boden volgens Van Duijn een uitgelezen plek om rijdende flora te creëren. Waarom niet op elk dak een bak met vruchtbare aarde geplaatst waaruit je bloemetjes laat bloeien?

Luud Schimmelpenninck was de Nederlandse uitvinder en Provo-politicus die in de jaren zestig het Wittefietsenplan ('65-'68) bedacht. Het doel: mensen konden de witte fiets ergens pakken, van A naar B rijden en de fiets weer achterlaten voor de volgende persoon. Hiermee wilde hij autoverkeer, luchtvervuiling en files verminderen. Hij stelde voor om een vloot van duizenden gratis, onbeveiligde witte fietsen in de binnenstad van Amsterdam te plaatsen. Je ziet het project hier en daar nog wel succesvol opgezet: nota bene in steden in het buitenland, en daar dus blijkbaar wel geslaagd..     

En dan de opkomst van het feminisme! In de jaren '60 gaan de aanhangers van de feministische actiegroep Dolle Mina de straat op met ludieke acties. Ze strijden voor meer rechten voor vrouwen: 'Dolle Mina'. Hun bekendste actie is ‘baas in eigen buik’. Hiermee streden ze voor de legalisering van abortus, zoals de beroemde Connie van Nieuwkerk.

Zo activistisch zag dat er toen allemaal uit. Je had ook de hippies en die leefden in communes, waarin kinderen soms op de grens van verwaarlozing opgroeiden. Anti-autoritaire opvoeding was wijd verspreid,.en dan: de krakers niet te vergeten!

Als een van de voormannen van de provobeweging was Roel van Duijn (1943) in de jaren zestig een spraakmaker van de tegencultuur in ‘magies sentrum’ Amsterdam. Na het zelfgekozen einde van Provo in 1967 drong hij drie jaar later met de lijst Amsterdam-Kabouterstad door tot de Gemeenteraad. Om dat jubileum te memoreren stond er op een keer een bronzen beeldje van een kabouter bij het Lieverdje aan het Spui, waar geestverwant en ‘anti-rookmagiër’ Robert-Jasper Grootveld in de provotijd zijn uche-uche-uche-happenings hield. 

Dat ludieke dat in het magische denken zat besloten was kenmerkend voor de geest van de tegencultuur van die jaren. De Kabouters, in 1970 met vijf zetels in de raad, hadden serieuze politieke doelen in hun verzet tegen de verwoesting die het Gemeentebestuur met zijn sloopplannen in de oude stad dreigde aan te richten, (bv. i.v.m. aanleg van de metro!)  maar altijd verpakten zij hun verzet in een vrolijke, speelse, verrassende vorm.

Ik hoop nu maar dat de huidige protestbeweging tegen het rabiate rechtse egoïsme van nu zich Provo, dan wel deze Kabouterbeweging herinnert en dat juist ook gein en humor in de jaren zestig effectieve actiemiddelen zijn gebleken.

Toch ging het toen op straat ook vaak hard tegen hard. Ik herinner mij nog heel goed hoe je moest rennen voor je leven, wanneer een peloton motoragenten op motoren met zijspan in de buurt van het Leidseplein je tot in de kleinste straatjes achterna zat. In zo'n zijspan zaten ook wouten die met hun lange latten snoeihard op je insloegen. Vaak werd iemand in het nauw gedreven door meerdere van die motorsmerissen en helemaal afgetuigd door dat ..ahum..tuig van de richel..

Tja, je denkt er nu als ouwe lul met weemoed aan terug. En, eerlijk is eerlijk, wat ben ik trots op de jongeren die nu worldwide in beweging zijn gekomen en zich massaal verzetten.

Opstand, nu!