De Lange Arm van Erdoğan: hoe Turkije nog altijd zijn diaspora beïnvloedt

Gepubliceerd op 3 juni 2026 om 07:30

Gidi Markuszower vergeleek vorige week Turkse Nederlanders met 'gif' en plaatste hen tegenover 'normale' Nederlanders.

Wat ooit begon als een migratiestroom uit economische noodzaak, groeide uit tot een geopolitiek schaakspel. Turkije beschouwt zijn diaspora al lang niet meer als louter landgenoten op afstand, maar als strategisch verlengstuk van de Turkse staat.

De Lange Arm van Erdoğan: hoe Turkije zijn diaspora beïnvloedt

Onder aanvoering van president Recep Tayyip Erdoğan reikt Ankara’s invloed tot diep in de Turkse diaspora in diverse Europese landen. Diens AKP-regering tuigde in het verleden een ingenieuze organisatie op om het Turkse diasporabeleid te implementeren via een uitgekiende combinatie van religieuze, maatschappelijke en politieke netwerken. Het beleid richt zich op het promoten van de verbondenheid met de Turkse identiteit, vanuit onvoorwaardelijke loyaliteit aan de Turkse staat, de religieuze cultuur, alsmede aan diens buitenlandse politiek. Wat begon als een betrekkelijk onschuldige strategie om de culturele verbondenheid van Turkse burgers in het buitenland te versterken, is inmiddels uitgegroeid tot een ultiem instrument van politieke controle. Dit fenomeen is voor Europese samenlevingen steeds zichtbaarder en problematischer geworden. In landen als Nederland en Duitsland, waar Turkse gemeenschappen omvangrijk zijn, leidt dit al jaren tot grote zorgen over ongewenste politieke inmenging. Ankara oefent ongekende druk uit op de Turkse gemeenschappen. Dit fenomeen, bekend als de ‘Lange Arm van Erdoğan’, roept steeds vaker zorgen op bij Europese overheden. Het betreft hier een oeroud fenomeen van het federalisme: vrouw en kind, zijn als individu ondergeschikt aan de patriarchale man en aan de groep. In de diaspora worden Turkse gemeenschappen aldus van bovenaf blootgesteld aan de meest extreme conservatieve druk, en uiteindelijk onderworpen aan het perfide regiem van het oorspronkelijke thuisland. Een regiem dat uitblinkt in onnavolgbaar economisch beleid, - dat slechts leidt tot gigantische inflatie, snoeiharde aanpak van de pers en media, zuiveringen van de ambtenarij en rechterlijke macht, die nog uitsluitend bestaat uit jaknikkers, universiteiten die inhoudelijk gescreend worden of ze wel loyaal genoeg opereren aan het regiem.. Erdoğan? Trump avant la lettre..!

Diyanet: de spreekbuis van Ankara

Een van de meest zichtbare schakels in deze keten is Diyanet, het Turkse Presidium voor Religieuze Zaken. Deze overheidsinstantie schrijft niet alleen de wekelijkse preken voor 85.000 moskeeën in Turkije, maar ook voor ruim 2.000 moskeeën wereldwijd. Ook in Nederland en Duitsland staan Diyanet-imams op de preekstoel, met zo’n 150 moskeeën in Nederland en meer dan 900 in Duitsland, alle onder directe invloed van Ankara. Deze imams zijn niet alleen geestelijk leider, maar ook politieke boodschapper. Met subtiele verwijzingen, of soms ronduit openlijk, dragen zij de ideologische lijn van Erdoğan uit. Twee doelen staan daarbij centraal: het mobiliseren van stemgerechtigden voor de AKP en het signaleren en in de gaten houden van politieke tegenstanders. Na de mislukte coup in 2016 werd deze taak verscherpt, vooral gericht op Gülen-aanhangers. Deze werden vanaf dat moment door Turkije bestempeld als staatsvijand en dus ook in o.a. Nederland geïntimideerd en bedreigd binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap. Maar ook Koerden, alevieten en seculiere critici onder Turkse Nederlanders werden sindsdien steeds vaker geconfronteerd met sociale uitsluiting, intimidatie en soms zelfs openlijke bedreiging. 

Politieke campagnevoering vanuit Ankara

De Turkse diaspora is politiek waardevol voor Erdoğan. Tijdens Turkse verkiezingen worden Turkse gemeenschappen in Europa actief gemobiliseerd met een mix van nationalistische en religieuze retoriek om toch vooral te stemmen voor de AKP, de partij van Erdoğan. Dat het stemmen door Turken in het buitenland sinds 2014 door Turkije makkelijker is gemaakt, heeft geleid tot opmerkelijke uitkomsten. Zo stemde in 2023 maar liefst 67% van de Turkse Duitsers op Erdoğan, - een percentage dat in sommige Turkse provincies niet eens werd gehaald. Ook in Nederland werd geprobeerd Turkse Nederlanders politiek te mobiliseren, vooral via moskeeën en culturele verenigingen. In 2017 leidde dat tot een diplomatieke rel, toen de Turkse minister van Familiezaken naar Rotterdam kwam om campagne voor  Erdoğan en de AKP te voeren en prompt door Nederland werd uitgezet.

Sociale druk en uitsluiting

Niet iedere Turkse Nederlander of Duitser staat te juichen voor Erdoğan. Onder aanhangers van de oppositie is het wantrouwen tegenover de Turkse staat groot. Men wordt geconfronteerd met een vorm van sociale controle die zelden openlijk wordt uitgesproken, maar des te effectiever werkt. Turkse Nederlanders die zich kritisch uitlaten over Ankara ondervinden vaak subtiele en minder subtiele vormen van sociale uitsluiting. De mate van deze uitsluiting hangt samen met hoe non-conformistisch iemand vanuit het perspectief van de Turkse staat wordt beschouwd. Soms begint het met geroddel binnen de gemeenschap, uitsluiting van sociale netwerken of het weren uit moskee-activiteiten. Dit spectrum varieert vervolgens van zelfuitsluiting, sociale uitsluiting op de (weekend-) school, in de moskee of het buurttheehuis, tot informele afwijzing van toegang tot beurzen, activiteiten, verblijfsruimten, diaspora-projecten of - subsidies. Of zelfs het doorgeven van namen aan Turkse instanties. Zo ontstaat een subtiel, maar krachtig web van sociale disciplinering. Ankara lijkt hierbij nauwelijks grenzen te kennen en behandelt diaspora-gemeenschappen alsof ze een verlengstuk zijn van de Turkse natiestaat. Wie uit de pas loopt, riskeert dat familie, vrienden en zakenpartners afstand nemen.

Extreem-nationalistische netwerken

De Turkse invloed beperkt zich niet tot overheidskanalen. Ook extreem-nationalistische groeperingen zoals de ‘Grijze Wolven’, gelieerd aan de ultranationalistische MHP-partij, oefenen druk uit op kritische Turken in Europa. Deze beweging staat bekend om haar agressieve retoriek en dreigementen tegen andersdenkenden. Antisemitisch, racistisch, anti Koerdisch. Oostenrijk ging als eerste land over tot het verbieden van Grijze Wolven-symboliek, vanwege hun neofascistische en gewelddadige imago. In Nederland en Duitsland is de beweging actief, deels onder de radar, deels in semi-openlijke vorm. In Duitsland heeft deze beweging minstens 18.500 leden. In Nederland geven minimaal 10 gemeenten subsidies aan organisaties die gelieerd zijn aan de Grijze Wolven.* Hierdoor voelen veel Turkse Nederlanders zich gevangen tussen twee vuren: de Nederlandse samenleving die vaak al te afstandelijk of zelfs ronduit vijandig tegenover hen staat, versus de verlengde arm van Ankara die hen tot absolute gehoorzaamheid maant. Hoewel Europese regeringen zich bewust zijn van deze inmenging, blijven hun reacties tot nu toe voorzichtig. In Frankrijk is de beweging van de Grijze Wolven verboden. De Bondsdag in Duitsland heeft afgelopen november de federale regering verzocht zo’n verbod te onderzoeken. * Bron: Doorbraak

Europese terughoudendheid

Hoewel Europese regeringen zich dus wel degelijk bewust zijn van deze (soms extreemrechtse!) inmenging, blijven hun reacties tot nu toe voorzichtig. Turkije is een NAVO-partner en speelt een sleutelrol in de migratieafspraken met de EU, wat kritische confrontaties bemoeilijkt. Duitsland herbergt ca 3 miljoen Turken in de diaspora. Het land stelt zich echter te weer tegen de Turkse toetreding tot de Europese Unie. In Frankrijk is inmiddels ingegrepen: enkele Turkse moskeeën die onder directe invloed stonden van Ankara werden gesloten. Enkel in uitzonderlijke gevallen, (- zoals de diplomatieke rel met Nederland in 2017), laaien spanningen openlijk op. Sindsdien geldt generiek in heel Europa een wettelijk campagneverbod voor buitenlandse politici in Nederland, drie maanden voorafgaand aan verkiezingen in hun land van herkomst. Ook in Nederland groeit het besef dat meer controle op buitenlandse financiering van moskeeën noodzakelijk is, zeker waar het Diyanet betreft. Het Nederlandse kabinet heeft financiering van moskeeën door een aantal Golfstaten aan banden gelegd. Men zou er goed aan doen verdere stappen te ondernemen om met name volledige transparantie van Ankara op onder meer dit punt te eisen en tegelijkertijd nauwer samen te werken in eigen land met de moskeebesturen.

Integratie als bescherming

Opvallend is dat Turkse Nederlanders die zich welkom en gelijkwaardig voelen in Nederland minder ontvankelijk zijn voor de Turkse overheidsinvloed. Onderzoek* toont aan dat onvrede over integratie en discriminatie leidt tot een sterkere oriëntatie op Turkije en het diasporabeleid van Ankara. Met andere woorden: hoe meer de Nederlandse samenleving investeert in gelijke kansen, taalonderwijs, sociale integratie en antidiscriminatie, hoe minder vat Erdoğan’s narratief heeft op de diaspora. Immers is steeds openlijker met name discriminatie een voedingsbodem voor vervreemding, wat de Turkse overheid behendig uitbuit om loyaliteit af te dwingen. Wie het Turkse diasporabeleid wil tegengaan, moet dus niet alleen focussen op politieke barrières, maar vooral werken aan sociale inclusie in NL zelf. De sleutel om de ontvankelijkheid voor vermeende ongewenste aspecten van het diasporabeleid onder Turkse Nederlanders te verminderen, ligt niet zozeer in het afkraken van de zo overduidelijk autoritaire invloed van het regiem in Ankara. Turks patriottisme is vaak het resultaat van het al te zeer pragmatisch falen door NL zelf. Hoe ontevredener men is over het Nederlandse integratiebeleid ten aanzien van de Turks-Nederlandse gemeenschap, hoe positiever men is over het Turkse diasporabeleid. Met andere woorden: de mate waarin Turkse Nederlanders zich echt welkom voelen in de Nederlandse samenleving is essentieel. Hoe meer de overheid leden van de Turkse diaspora weet te ‘vernederlandsen’, hoe minder invloed van buitenaf plaatsvindt.

Gebaseerd op o.a. Clingendael-rapport: Turks Diasporabeleid deel 2 (2024)

Het dubbele loyaliteitsdilemma

De kwestie van inmenging raakt aan een fundamenteel probleem van de Europese migratiesamenlevingen: nationale identiteiten botsen steeds vaker met elkaar.

Voor veel Nederlanders van Turkse komaf is de spanning tussen hun culturele wortels en hun achtergestelde maatschappelijke positie dagelijks voelbaar. Zolang Europa onvoldoende ruimte biedt voor hun werkelijk sociale gelijkwaardigheid, blijft moederland Ankara een aantrekkelijke pleisterplaats, omdat men zich in NL immers buitengesloten of ontheemd voelt. Een strategische aanpak die inzet op binding en burgerschap is daarom geen luxe, maar bikkelharde noodzaak. Factoren die de verwezenlijking bemoeilijken zijn dus de kwaliteit van het integratiebeleid van de Nederlandse staat, de wijdverbreide discriminatie van Nederlands-Turkse burgers, hun taalproblematiek, hun ongelijke kansen op de arbeidsmarkt en het publieke debat in de Nederlandse media, dat zonder meer vijandig staat tegenover de islam. De hoofdlijn is duidelijk: wie ongewenste invloed van Turkije op de diaspora in Nederland wil verminderen, doet er goed aan ervoor te zorgen dat de Turkse diaspora zich zoveel mogelijk onderdeel voelt van de Nederlandse samenleving.

Europa’s zwakke knieën

De Lange Arm van Erdoğan is een serieuze uitdaging voor Europese landen met hun vaak grote Turkse gemeenschappen. Het probleem illustreert hoe Europese landen hun eigen democratische principes ondermijnen door een buitenlandse autocratie als Turkije zoveel (o.a. politieke) ruimte te bieden. Het in principe onaanvaardbare gebruik van religieuze instellingen als spreekbuis voor het autocratische regime in Ankara en de vaak zeer opdringerige politieke mobilisatie en hevige sociale druk op haar (voormalige) burgers, zorgt ervoor dat de invloed van Erdoğan cum suis maximaal voelbaar is, niet alleen in Nederland, ook in Duitsland en tal van andere Europese landen. Zolang Europese landen hun reactie beperken tot incidentele diplomatieke waarschuwingen en halfslachtige beleidsmaatregelen, blijft deze situatie bestaan. Turkije beschouwt de diaspora simpelweg als verlengstuk van haar buitenlands beleid en zal die lijn vermoedelijk de komende jaren alleen maar verder doorzetten. Ankara’s koers wijst op steeds meer religieus conservatisme, autoritarisme en nationalistische retoriek. Onlangs werden, - behalve de voormalige burgemeester van Istanboel, die al vast zat, wederom hele rissen burgemeesters opgepakt: zogenaamde Gülen-aanhangers.

De vraag blijft: wanneer zegt Europa ‘genoeg’?

De invloed van Ankara op Turkse gemeenschappen in Europa zal pas afnemen als Europese landen structureel werk maken van een werkelijk inclusief integratiebeleid, strengere controle op welke buitenlandse beïnvloeding dan ook en het actief tegengaan van politieke mobilisatie vanuit moederlanden. Zolang dat niet gebeurt, zal bv. Turkije, c.q. Erdoğans’ ‘Lange Arm’ de sociale cohesie, de politieke stabiliteit en de democratische rechtsorde in Europese landen blijven ondermijnen. En met de aanhoudende groei van deze rabiate Turkse invloed, neemt de urgentie toe: hoeveel signalen zijn er nog nodig voordat Europese overheden hun naïviteit afleggen en het instrumentarium aanpassen aan de werkelijkheid van deze extreme geopolitieke beïnvloeding door Ankara? Dat Erdoğan de burgemeester van Istanbul, zijn politieke rivaal, Ekrem İmamoğlu, liet arresteren, is vanzelfsprekend ook nog eens zonder meer ongehoord. En wat te zeggen van de duizenden die opgepakt werden na de moedige massademonstraties als reactie hierop?

Het voornoemde onderzoek van Clingendael maakt aannemelijk dat de AKP zijn strategische agenda, inclusief diasporabeleid, voor het binnen- en buitenland zal voortzetten. De kans is groot dat Turkije de komende jaren ten aanzien van de Turkse diaspora verder het pad zal bewandelen van conservatisme, religiositeit en autoritarisme.  Ankara ziet de diaspora bovendien als een integraal onderdeel van het Turkse buitenland-beleid. Spanningen zullen toenemen wanneer dit perfide ideologisch gemotiveerde beleid van Ankara in de toekomst steeds meer Nederland zal infiltreren. Het risico is dan groot dat Turkse Nederlanders die zich toch al buitengesloten voelen zich juist nog meer zullen gaan wenden tot Ankara, nu het tegengaan van discriminatie in Nederland juist minder hoog op de agenda staat:

De tijd dat dit een ongemakkelijk bijverschijnsel van migratiebeleid leek, is voorbij.   

De vraag is niet óf, maar wanneer Europa stevig moet reageren.

Nu, dus.

 

PS: Dit artikel stond eerder in het gratis Loving Geopolitics Magazine: https://lovinggeopolitics.nl/