Het gevilde konijn
Al vroeg in de jaren zestig kochten wij als ‘artisans’ voor heel weinig geld een nogal aftands renoveringsobject in Toscane. Wij verbleven soms maandenlang aaneen met onze kleine kinderen in een bergdorpje, Annunziata di Orto Novo, om dit archaïsche barrel (inclusief wijngaard) grondig en liefdevol te restaureren. De benodigde materialen vonden we in de vuilstort onderaan de heuvel aan de rand van het dorp. Walnoten ramen, handgebakken dakpannen, oude plavuizen, alles wat de Italianen maar wegsmeten werd door ons bij het invallen van de schemering weer naar boven gehaald.
De Italianen, die zelf in hun eigen huizen juist alles aan het strak trekken waren met behulp van veel beton en cement, begrepen niets van onze romantische aanpak, met de renovatie van al die prachtige oude balkenplafonds. Er was aanvankelijk ook geen water, noch stroom. Vanwege de hitte overdag metselden we de muren ’s avonds, met behulp van kaarsen! Toch bleven zij ons zo uitzinnige bouwproject vol nieuwsgierige belangstelling volgen. Deze dorpsbewoners waren uiterst gastvrij en werkelijk gek op onze kindertjes, die binnen de kortste keren al wat Italiaanse woordjes murmelden, net als wij zelf trouwens.
Soms reden wij in onze oude Landrover op zondagmiddag naar de lokale trattoria, om ons aldaar tegoed te doen aan een drie gangen maaltijd, die de gehele middag in beslag nam. Mamma mia! Binnen een mum van tijd kropen onze opgewonden kindjes, - toegegeven, inmiddels ernstig vervuild, al snel over de lange eettafel op en neer, onder luid gekraai van pret, terwijl de spaghetti rond hun oren sliertte. De Italiaanse kindertjes daarentegen, als paspopjes zo keurig aangekleed, in petticoats en met gelakte schoentjes, zetten stilletjes slechts grote ogen op om dit Hollandse tafereeltje eens goed gade te slaan.
Een andere keer stopten we onderweg naar huis op een dorpspleintje waar een zg. ‘celebrazione’ aan de gang was, vanwege ‘Il Giorno del Lavorno’, een 1 mei-feestje van de communisten, met alom rode vlaggen en accordeons.
Daar werd door ons niet alleen gezongen, maar ook gewalst! Weer op weg in de oude Landrover, stopten we opnieuw na een km of wat, ditmaal gedwongen, vanwege een optocht van neofascistische bruinhemden die met gestrekte arm hun strijdliederen declameerden onder het marcheren..
Eenmaal thuis gingen we vroeg naar bed.
's Ochtends hoorde ik Horatio mij roepen, en ik rende poedelnaakt naar buiten, want alle anderen sliepen nog.
Het betrof een kado van onze buurman. Deze hield in zijn wijnhuisje een stuk of 30 konijnen en kreeg van ons vrijwel dagelijks overtollige broodkorsten, en dergelijke. Hij hield met zijn ene hand een reusachtig konijn vast aan zijn lange oren. Het beest hield zich doodstil, behalve zijn ogen die angstig heen en weer schoten. Horatio maakte een gebaar alsof hij mij het konijn wilde geven. Ik knikte en binnen no time gaf hij het dier een keiharde doodsklap met zijn knuppel.
Even later hing er een van kop tot teen gevild konijn, opgehangen aan zijn vier poten aan ijzerdraad in onze wijngaard, om zo het vlees te laten besterven. Horatio gaf mij een bebloede hand en droop af naar huis.
Razendsnel trok ik de knopen los waarmee het naakte dier vastgebonden was aan de draad, ik wilde niet dat onze kinderen dit straks zouden aanschouwen.
Later bij het ontbijt vertelde ik aan de kids dat er een presentje was van de buurman. Een konijn!
Waar is dat konijn nu? vroeg een van onze jongens.
Ga maar kijken, in de ijskast bromde ik.
‘s Avonds lagen de brokstukken van het beest op een stuk gaas op een knappend vuurtje. Het was niet te vreten zo taai, want het vlees was nu eenmaal niet goed genoeg bestorven..
Dit is een van de verhalen uit het kinderboek Koetjes en Kalfjes