Van de koele meren des doods

Gepubliceerd op 6 oktober 2026 om 07:30

Over de productie:

  • Première: 15 september 1976

  • Gezelschap: Toneelgroep Centrum

  • Bron: Naar de gelijknamige roman van Frederik van Eeden

  • Bewerking: Ton Vorstenbosch
  • Regie: Peter Oosthoek
  • Decor: Paul van den Berg
  • Spelers (o.a.): Ansje Beentjes (als Hedwig), Jim Berghout, Rutger Willem Weemhoff (als Ritsaert, tevens piano)
  • Stelt u zich eens voor hoe ik als minnaar van de hoofdpersoon Hedwig in een wit pak mijn verliefde teksten debiteerde in de rol van Ritsaert en tegelijkertijd hoogst romantische muziek uit de vleugel toverde. Ik ga u nu verhalen hoe dit alles na afloop als een magneet werkte op met name sommige aanwezige dames uit het publiek.. 

  • Wij speelden het stuk destijds een keer in de Haarlemse Schouwburg, het was een mooie dag en ik had mij snel afgeschminkt om huiswaarts te gaan om daar nog even na te genieten van de zomer die op zijn einde liep. Ik stond als eerste na afloop bovenaan in het trappenhuis op het punt om af te dalen, toen ik ineens een snerpende stem hoorde roepen van beneden: Rrrrrrrrrrrrrrrutger!!!! En dit dus met plat Amsterdams accent. 

  • Ik schrok ietwat, want al gauw zag ik dat het Adele Bloemendaal was die zich in vol ornaat beneden aan de trap had opgesteld, ongetwijfeld om mij aan haar fraai gewelfde boezem te kunnen drukken, zoveel was zeker. Ik had mijn sjofele zomerse kleren aan, zag bruin gebrand en had een wit zomerhemd aan, een uitdossing waar zij door het aanschouwen van een pluk van mijn borsthaar ongetwijfeld nog meer opgewonden van zou raken. Ik twijfelde hoe ik aan haar zou kunnen ontsnappen. Maar er was geen beginnen aan, ik moest er langs zien te komen zonder al te veel kleerscheuren op te lopen.

  • Adele had zich inmiddels al lallend een stuk naar boven begeven en was nu halverwege het trappenhuis, alwaar zich een soort overloop bevond. Ik probeerde tempo te maken en langs haar heen te glippen, maar zij greep mij met ijzeren hand in de kladden, gooide mij woest op de grond en ging bovenop mij liggen, haar benen spartelend in de lucht en mij plat op de bek zoenend. Ik rook een sterke geur van jenever en wist mij vooralsnog niet direct los te worstelen. Boven waren inmiddels mijn collega-acteurs verschenen en die schaterden het uit, zo grappig vonden zij blijkbaar dit tafereeltje. Ik echter voelde mij nogal beschaamd, om niet te zeggen aangerand, en wist mij als een slang onder haar vandaan te kronkelen. Ik stormde de trap en af, op de vlucht naar de artiestenuitgang. Zij bleef maar schreeuwen en roepen. Toen ik eindelijk de deur van de artiesteningang achter mij dichtsloeg, hoorde ik haar nog brullen. Ik wil je, nu! 

  • Tja mensen, me too..

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.