Een staaltje van ongeëvenaarde geschiedenisvervalsing
Laten we eindelijk eens ophouden met te doen alsof ‘Soldaat van Oranje’ van de schrijver Erik Hazelhoff Roelfzema een historisch verantwoord oorlogsverhaal is. Het is dat absoluut niet. Het is een romantische mythe, zorgvuldig opgepompt tot een nationaal sprookje, waarin Nederland (met dank aan Hazelhoff Roelfzema) zichzelf wil blijven zien zoals het zichzelf graag ziet als het om WO II gaat: moedig, jong, en massaal in verzet tegen de Duitsers.
Erik Hazelhoff Roelfzema als zelfbenoemde oorlogsheld
De schrijver en ‘bon vivant’ Erik Hazelhoff Roelfzema schreef het verhaal zeker niet als geschiedschrijving, het is ook geen reconstructie. Er is ook nooit sprake geweest van welke historische toetsing dan ook aangaande het waarheidsgehalte van de door hem beschreven gebeurtenissen. De auteur wilde op de eerste plaats zijn eigen ervaringen als spannend verhaal aan het papier toevertrouwen en zette zichzelf centraal neer als oorlogsheld in zijn boek, anderen, zelfs vrienden, verdwenen naar de marge. Hoe dan ook, dat heet een autobiografie, terwijl: die is per definitie niet en nooit waarheidsgetrouw. Toch behandelt Nederland zijn boek alsof het historisch archiefmateriaal is. Er klonk destijds meteen na verschijnen al kritiek op de door deze Erik vrij geschetste, vaak te heroïsche beeldvorming van het verzet. Zoals historicus Chris van der Heijden heeft beschreven in zijn boek Grijs verleden waren het niet zozeer morele keuzes, maar toeval, omstandigheden en klein opportunisme, die de positie van Nederlanders tijdens het verzet in de Tweede Wereldoorlog bepaalden. Ongeveer 45.000 mensen maakten deel uit van het georganiseerde, actieve verzet in Nederland. Dit is circa 0,5% van de toenmalige bevolking (9 miljoen).
Feitelijke verzet was minimaal
In Soldaat van Oranje is Nederland een natie van helden. In werkelijkheid was het vooral een land van aanpassers. Zolang de geschetste mythe in ’Soldaat van Oranje’ overeind blijft, hoeven wij niets uit te leggen over de werkelijke geschiedkundige stand van zaken destijds. Zowel de gelijknamige film van Paul Verhoeven als de latere musical zwijgt daarover. Geen lafheid. Of collaboratie op grote schaal. Geen structurele verantwoordelijkheid voor het afvoeren van meer dan 100.000 Joden naar de naziconcentratie- en vernietigingskampen.De mythe van de Oranje Held doet precies wat ze moet doen: ons dubieuze verleden ontlasten.
Niet al te fris persoon, die Hazelhoff Roelfzema
Hoewel Hazelhoff werd geprezen als verzetsheld, tonen onderstaande punten een complexere en politiek actieve, en op z’n minst meer dubieuze persoonlijkheid na de oorlog.
Erik Hazelhoff Roelfzema kreeg ooit een storm van kritiek over zich heen vanwege zijn betrokkenheid bij een couppoging, oftewel staatsgreep, na de oorlog (1947). Deelnemers werden gedreven door een rechts-nationalistische, conservatieve en regelrecht imperialistische ideologie. Deze coup plannen werden voortijdig ontdekt en verijdeld.
Hoe zag het plan eruit? De coupplegers hadden een duidelijk idee. De tactische leiding in Den Haag lag bij Hazelhoff, die als adjudant van koningin Wilhelmina een ideale dekmantel had om zich in het machtscentrum te bewegen. Erik was dus als belangrijkste organisator samen met onder anderen oud-premier Pieter Gerbrandy, zeer nauw betrokken bij deze plannen. Zij verzetten zich fel tegen het Akkoord van Linggadjati en de dekolonisatie van Indonesië, en streefden naar het behoud van het koloniale koninkrijk. Ze zouden de ministers van het kabinet-Beel oppakken en gevangen zetten. Daarna zou Gerbrandy als de nieuwe ‘groot-Nederlandse leider’ een regering vormen, waarin Hazelhoff Roelfzema zelf een hoofdrol zou spelen. Een essentieel onderdeel van het plan was de liquidatie van Partij van de Arbeid-voorzitter Koos Vorrink, die als de politieke architect van de dekolonisatie werd beschouwd en wiens dood als startsein voor de algehele coupactie moest dienen. De coupplegers waren dus van plan om PvdA-voorzitter Koos Vorrink te vermoorden. Op de bewuste avond van 24 april meldden zich twee beoogde uitvoerders bij de woning van Vorrink, om hem te liquideren, maar zij troffen hem niet thuis aan, waarna de aanslag werd afgeblazen. Hazelhoff had François van 't Sant, vertrouweling van koningin Wilhelmina, ingelicht over de plannen. Hij vroeg deze François om de koningin te informeren en waarschuwde dat een poging om de coup alsnog tegen te houden veel doden zou kosten. Wilhelmina onthield zich echter toch maar op het allerlaatste moment van ondertekening, waarna de meer gematigden afhaakten. De couppoging mislukte.
Andere opvallende acties van Hazelhoff: hij was in 1950 betrokken bij wapenleveranties aan Molukse strijders van de RMS.
De 'foute' oom: Hazelhoff Roelfzema verzweeg in zijn verhalen zijn oom, Wouter Ubbo, die een overtuigd nationaal-socialist was en die nauwe contacten had met de bezetter.
De overeenkomst van Hazelhoff Roelfzema met prins Bernhard is frappant: eerst vurig aanhanger van Hitler, toen Held van Nederland, maar later ook zo’n rabiate tegenstander van de parlementaire democratie.
Paul Verhoeven had beter zijn huiswerk moeten doen
Paul Verhoeven heeft zich dit alles destijds als maker van de gelijknamige film onvoldoende gerealiseerd. Zijn film liet zien wat heldendom is, hoe dun de lijn is tussen verzet en lafheid. Maar Nederland bekeek zijn film selectief, alsof verzetswerk uitsluitend een spannend jongensboek was. Wat bleef hangen: Rutger Hauer als nobele held. De nuance met betrekking tot collaboratie werd zo weggefilterd, de mythe bleef.
Sinds 2010 draaide de gelijknamige musical onafgebroken. De musical koos vooral voor emotie als wapen. Miljoenen bezoekers. Draaidecor. Muziek. Tranen. Maar geen ware geschiedenis. De musical maakte van WO II een theatrale beleving. Wie dit zag, leerde niet wat er echt gebeurde, maar wat hij moest vóélen.
Wat tegenwoordig (onder andere) structureel wordt verzwegen als het om WO II gaat:
Dat het overgrote deel van Nederland niet in verzet was.
Dat Jodenvervolging geen bijzaak was, maar hoofdzaak.
Dat bureaucraten, ambtenaren, politie en bedrijfsleven, en ook NS als vervoersbedrijf meewerkten aan de deportaties, oftewel collaboreerden.
Dat de elite met geld de dans meestal wist te ontspringen.
Conclusie
Soldaat van Oranje is geen cultureel erfgoed. Het is een moreel rookgordijn. Wie het blijft verdedigen, verdedigt geen ware geschiedenis, maar een leugen die te prettig is om los te laten.
Wat te doen met die zo geliefde Soldaat van Oranje, nu hij straks gesneuveld is?
Mijn voorstel: zo snel mogelijk in de doofpot ermee!
Reactie plaatsen
Reacties